Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

taalde soldaten te paard en te voet, aan de verwaarloozing der grensvestingen, aan de schulden des Konings, die men buitenslands dreigt te verhalen op de kooplieden en andere onderdanen dezer landen; alleen de bijeenroeping der Staten-Generaal kan hier helpen, ofschoon zij weten, dat de Koning, „par sinistre information de personnes peu affectionnéés a son service", deze niest wenscht Om deze redenen willen zij wegblijven uit den Raad van State, waar de loop der zaken deze laatste vier jaren hun dienst tot een „umbre" heeft gemaakt. Op dezelfde wijze had Oranje, die thans geheel de leiding van de zaak op zich had genomen, den 2Ósten in tegenwoordigheid van Egmond, Hoorne, Bergen, Mansfeld en Megen de landvoogdes in een lange scherpe rede toegesproken.

1 .Juist toen wendde ook de landvoogdes, die nog in Mei 1563 den kardinaal de hand boven het hoofd hield, zich van hem af, omdat zij hem verdacht de Italiaansche belangen der Farneses, die haar gemaal, hertog Ottavio van Parma, in het voorjaar te Brussel was komen bespreken, bij den Koning tegen te werken. Zij had op Oranje's rede tegen den kardinaal dan ook slechts slapjes geantwoord.met te verklaren, dat het met de ketterij niet zoo erg was, en zelfs Bergen geprezen om zijn optreden daartegen in Valenciennes en Doornik voor zijn afwezigen vriend Montigny; verder had zij gesproken van plannen om den financieelen toestand te verbeteren door een loterij ten behoeve van de onbetaalde garnizoenen en de inrichting eener bank met behulp van de grootste schuldeischers des Konings, de Augsburger, Uhner, Neurenberger. en andere bankiers; dan beloofde zij den Koning nog eens over de Staten-Generaal te zullen schrijven en verdedigde zwakkelijk Granvelle en Berlaymont; zij trachtte eindelijk de drie heeren te bewegen weder in den Raad van State te komen, wat dezen echter weigerden, al beloofden zij voorloopig te Brussel te blijven om bij de hand te zijn, als de landvoogdes hen noodig had, en dan in den Raad te komen, mits Granvelle daaruit wegbleef.

De laatste hoopte nog op verwijdering tusschen Oranje en Egmond, waarvan zich soms sporen vertoonden: Egmond, ijdel en weinig doorzicht bezittend, geneigd om een fraaie rol Ie spelen, bleek inderdaad niet zoo afkeerig van een reis naar Spanje als de gemeenschappelijke brief zeide en zelfs niet ongeneigd om te bemiddelen; hij verontschuldigde zich ondershands bij den Koning, dat de Liga hier-

Sluiten