Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Koning de Staten-Generaal onder geen voorwaarde gezamenlijk laten beraadslagen, met de heeren temporiseeren en zoodra de goede gelegenheid kwam, ten strengste tegen hen optreden en „quitarles", d. ir hen uit den weg ruimen. Maar de Koning bleef aarzelen.

In afwachting van 's Konings beslissing hielden de Grooten zich eenigen tijd vrij kalm; Schwendi prees hen nog in September om hunne gematigdheid in het volvoeren van hun plicht tegenover Koning en vaderland zonder al te veel toegeven aan „passions particulier es". Maar weken en maanden verliepen en 's Konings antwoord bleef steeds uit. Er begon in het najaar een zekere onrust onder de Grooten te heerschen, een onrust, die ook naar Duitschland oversloeg, waar vooral de brieven en persoonlijke berichten van den dikwijls daar vertoevenden graaf Ludwig Over den stand der zaken in de Nederlanden grooten invloed hadden.

En Oranje ging verder. Den Koning en den kardinaal geen oogenblik vertrouwend, nam hij zijn maatregelen om voor het geval van geweld van dien kant, waarop hertog Erich van Brunswijk's geheime militaire toebereidselen schenen te wijzen, voorbereid te zijn. Hertog Erich toch was een soort van condottiere, die reeds lang met de regeering te Brussel onderhandelde. Juist toen was er in MiddenDuitschland weder een wijdvertakte verbintenis van meer dan 400 leden van den lageren adel, van welke verbintenis, „ligue et confédération", Wilhelm von Grumbach weder de leider was; de deelnemers hadden zich verbonden om dezen met een aanzienlijke macht ruiterij te steunen, zelfs tegen den Keizer of welken vorst ook. Graaf Ludwig raadde zijn broeder deze troepen op een of andere wijze tot zijn beschikking te krijgen, want de toestand in de Nederlanden was „en un pire estat qu'il ne fust jamais" en het wantrouwen tegen de „gens de longue robe" aldaar Was gewettigd. Hij meende zelfs een goed middel gevonden te hebben om dit te bewerken, n.1. zijn eigen benoeming tot kreitsoverste van den Westfaalschen kreits, die er onder leiding van den hertog van Kleef, graaf Johan van Nassau en anderen ook ernstig aan dacht om troepen te voet en te paard te werven; zoo zouden Oranje en de zijnen ten allen tijde „sans aulcune soupcon" een voldoende macht aan „gens de guerre" dicht bij de hand hebben, waarvoor zij zelfs een som gelds per jaar zouden kunnen betalen als bijdrage in de kosten. Ook op den geheimen steun van keurvorst Saléntin van Keulen, die zeer tegen Granvelle ingenomen was, konden de heeren wel rekenen, meende hij.

Sluiten