Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wisselde met de Grooten maanden achtereen geen enkelen brief, al drong de landvoogdes erop aan, dat hij dit toch doen zou, gelijk zij hem thans zelfs aanried de begeerde bijeenroeping der Staten-Generaal toe te staan. Hij antwoordde ontwijkend maar zij, door Oranje en zijn vrienden aangespoord, bleef aandringen. Vooral Egmond liet zich thans krachtig hoor en en kwam in December 1564 terug op het plan om iemand van hooge positie naar Spanje te zenden ten einde den Koning beter te stemmen. Het was blijkbaar, dat hijzelf wilde gaan. Maar wat zou hij den Koning zeggen? Oranje, hier weder duidelijk toonend, dat hij gaarne toenadering tusschen Katholieken en Lutherschen zou willen bevorderen of anders een godsdienstvrede als die in Duitschland sedert 1555 bestond, raadpleegde met hem, met Molinaeus en Maes over de mogelijkheid om den Koning ronduit voor te stellen alle inquisitie af te schaffen, het priesterhuwelijk en het gebruik van de miskelk door leeken toe te staan, ja volledige gewetensvrijheid te verleenen. Opmerkenswaardige plannen, geheel in overeenstemming met die ten opzichte van Baudouin en thans onmiskenbaar aansturend op een compromis tusschen katholiek en protestant, zij het dan weder bij den Prins uit staatkundige overwegingen geboren, zonder dat men ook nu nog bij hem iets bemerkt/van meer dan zijn bekende gematigdheid, van meer dan medelijden met de arme slachtoffers der inquisitie, van meer dan staatkundige verwachtingen in verband 'met mogelijke volksbewegingen van kerkelijken aard of staatkundig-kerkelijke verbinding tusschen Frankrijk en Spanje ten nadeele van de vrijheden der beide volken. Oranje moest zich toen juist wegens de aanstaande bevalling der Prinses naar Breda begeven, waarvan Viglius gebruik maakte om de geheele zending van Egmond krachtig af te raden en te wijzen op de onmogelijkheid om zulke dingen van den Koning te verkrijgen; hij achtte het beter den Koning te verzoeken om gevolg te geven aan zijn meermalen aangekondigd plan op een reis naar de Nederlanden. Maar de meerderheid in den Raad van State besloot toch tot de zending en droeg Viglius zeiven op de instructie voor den gezant op te stellen.

Op den 3i»ten December 1564, toen Oranje weder terug was,, had de definitieve beraadslaging over die instructie plaats. Het was de dag, waarop Oranje de beroemde urenlange rede hield, die ons, helaas, slechts in uittreksel en litterair en vorm bekend is geworden.

Sluiten