Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naren een onderzoek te beginnen en hem dienaangaande nader te berichten alsook over de denkbeelden ter versterking van den Raad van Statè. Financieele hulp uit Spanje verklaarde hij niet te kunnen zenden behalve wat hij beloofde te geven tot betaling der garnizoenen, ten behoeve der loterij en der loopende bestuurskosten. Egmond's eigen belangen werden op bevredigende wijze verzorgd. In het definitief vastgestelde stuk verzekerde Philips nog liever honderdduizend levens te willen verliezen, aleer hij verandering van religie zou toestaan, en drukte op zijn weigering om verzachting der plakkaten te vergunnen.

Maar dit voor de landvoogdes bestemde stuk mocht Egmond niet zien; Perez mocht hem slechts mondeling daarover inlichten en wijzen op Philips' verplichting om met de landvoogdes te raadplegen. De Koning zou hem hoe eerder hoe liever zien vertrekken. In een laatste gesprek (begin April) in een rijtuig op weg naar Aranjuez vond Egmond nog gelegenheid om de houding der Grooten tegenover Granvelle nader te verklaren en zijne trouw te betuigen aan den Koning. Toen hij op 6 April vertrok met den 20-jarigen prins Alexander van Parma, zoon der landvoogdes, die naar de Nederlanden ging om aan het hof zijner moeder met een portugeesche prinses te huwen, was hij, in staatkundige Azaken weinig ervaren, volkomen tevreden met het door hem verjkregen resultaat en meldde dit in een laatsten brief aan den Koning lals de „tevredenste mensch in de wereld", gelukkig in het vertrouwen IJ van zijn edelen vorst!

Hij kwam 30 April 1565 te Brussel aan en 5 Mei reeds gaf hij in den Raad van State verslag van zijn reis met voorlezing der hem gegeven instructie aan de landvoogdes. Gediscussieerd werd er toen weinig, want Oranje was nog in Holland, waar hij belangrijke zaken had te regelen; hij werd haastig ontboden maar kon eerst den z6*tea komen, op dringend bevel der landvoogdes en wegens het gewicht der door Egmond medegenomen instructie. Intusschen had Margaretha de door den Koning toegèstane vergadering over de plakkaten reeds samengesteld en bijeengeroepen.

Egmond was in Mei 1565 de groote man te Brussel en Margaretha toonde zich niet minder tevreden dan hij. Door de onbescheidenheid van Armenteros lekte reeds een en ander uit over de groote bestuurshervorming, die, naar men meende, zou plaats hebben, zoowel als over een nieuwen koers in godsdienstzaken, waaromtrent men de hoopvolste

Sluiten