Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verzekering' aannemen, dat er werkelijk' geen verschil was tusschen 's Konings woorden tot hem en 's Konings brieven en instructiën'. Viglius kreeg zijn ontslag als voorzitter' der beide raden; zijn vriend Hopper werd naar Spanje geroepen; zijn opvolger werd de getrouwe Tisnacq, totnogtoe zegelbewaarder. Geen der aanbevolen edelen maar alleen Aerschot, de vriend van Granvelle, kwam in den Raad van State. De landvoogdes ontving het bevel in de bestuursorganisatie niet het geringste te veranderen; de Koning weigerde de bijeenroeping der Staten-Generaal; zijn overkomst bleef nog altijd in zijn plan, als zij meende, dat die nuttig kon zijn, schreef hij weinig bemoedigend. Als hoofddoel van zijn leven bleef hij de bevordering; van den godsdienst aanmerken, waarvoor hij alle gevaren wilde loopen en'dien hij haar nog eens uitdrukkelijk aanbeval.

De vraag was nu, hoe Oranje en de zijnen tegenover deze eindelijk duidelijk sprekende brieven zouden staan.

Te midden van de aanvankelijke onzekerheid omtrent Granvelle's terugkeer, die door dezen en de kardinalistën steeds als aanstaande werd aangekondigd, terwijl de Koning zich niet had uitgelaten, was de Liga der Grooten ook na Granvelle's vertrek blijven bestaan. Het voortdurend uitstel van de verklaring omtrent de eigenlijke bedoelingen*" des Konings had dit bestaan doen voortduren, ook nadat de overtuiging gevestigd was, dat Granvelle nooit meer terug zou komen. Oranje nam in de Liga meer en meer de leiding in handen. Hij was het middelpunt der gansche staatkundige actie] Hij bleef door zijn broeder Lodewijk, die met den landgraaf van Hessen steeds in betrekking stond en geregelde correspondentie met hem hield, steeds op de hoogte van den toestand in Duitschland. Graaf Ludwig — Louis, Ludovick of Lodewijk zooals hij te Brussel genoemd werd — bleef zijn bemiddelaar in Noordduitschland, nog meer dan graaf Johan; diens brieven deden de ronde langs de Duitsche vorstenhoven, maar zij bleven bij de omkoopbaarheid der secretarissen geenszins geheim, zoodat Oranje zijn broeder ernstig- waarschuwde zijn correspondentie niet al te onvoorzichtig te laten rondgaan. Oranje hield zich ook op de hoogte van de toestanden elders in Europa tot in Turkije toe, maar vooral in Frankrijk, waar de Hugenoten- afwisselend in het voor- en nadeel waren en tusschen Spanje en de Fransche regeering onderhandelingen werden gevoerd over samenwerking tegen hen en tegen de ketterij in

Sluiten