Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEVENDE HOOFDSTUK.

ORANJE EN DE GEUZEN.

Totnogtoe was Oranje de Nederlandsche edelman van Duitschen bloede geweest, wiens werkzaamheid zich in hoofdzaak had ontwikkeld binnen den kring der Nederlandsche belangen'. Wel was hij ook vorst van het kleine en afgelegen prinsdorn Oranje, wel had hij aanzienlijke bezittingen in Franche Comté. Hij bezat in dit graafschap het stadhouderschap zonder het persoonlijk uit te oefenen; hij liet zich hier vertegenwoordigen door zijn „luitenant", den inheemschen heer De Vergy, die er zoo goed als zelfstandig was. Hij werd totnogtoe geheel of ten minste zoo goed als geheel bezig gehouden door wat er in de Nederlanden gebeurde. Het .wonderjaar" i566 zou hem plaatsen te midden van wereldhistorische voorvallen, waarin hij weldra een centrale positie zou innemen en die hem door alle eeuwen heen zouden maken tot een der grootste voorvechters van de beginselen der staatkundige en godsdienstige vrijheid, zijn naam zouden verheffen tot een symbool dier vrijheid en zouden verbinden aan de stichting van een staat, die deze beginselen als grondslag voor zijn bestaan zou aannemen.

Met 1566 begint het drama van zijn leven. En hij ving zijn rol in dit drama aan in een positie, welker grondslag verre van vast mocht heeten: de meening, dat Lutheranen en "Calvinisten zouden willen samenwerken en dat de katholieke Koning willens of onwillens zou zijn te brengen tot een godsdienstvrede voor allen.

De brieven uit Segovia waren ook voor hemzelven het begin eener tragedie, die in betrekkelijk korten tijd haar verloop zou nemen. Hij

Sluiten