Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoven en hunne presidenten, die hem over belangrijke zaken mondeling of schriftelijk raadpleegden. Ofschoon de instructie ook bepaalde, dat hij de onderdanen der landen onder zijn bestuur niet anders buiten hun gewesten mocht „avocquer, appelier ou faire venir" dan „ni fust pour cause urgente et raisonnable", met „consentement" of op „ordonnance" der landvoogdes, gebeurde het dikwijls, dat de Staten of hun afgevaardigden naar Brussel, naar Antwerpen kwamen, waar zij dan door de landvoogdes -waren ontboden of wel uit eigen beweging den stadhouder kwamen bezoeken.

Wrijvingen tusschen de Staten en den stadhouder, die als vertegenwoordiger des Konings een groote macht bezat, bleven niet uit. Hoofd .der rechtspraak, handhaver van's Konings financieele rechten, beschermer van diens domeinen, bewaarder van diens vestingen en sterkten, bevelhebber der in het gewest aanwezige troepen en garnizoenen, uitvoerder der plakkaten en ordonnantiën, met name der plakkaten op godsdienstig gebied, die in een bijzondere instructie hem nog eens dringend waren aanbevolen, begever van een aantal belangrijke ambten voorzoover de Koning zich deze zelf niet had voorbehouden, met name van de stedelijke magistraturen, waar de Koning het recht had deze aan te stellen, toeziener op de bedijking en op de indijking van aanwassen, had hij in de drie gewesten zoo goed als het volle gezag, zij het dan in sommige opzichten onder toezicht der landvoogdes en in uitdrukkelijk aanbevolen samenwerking met zijn ambtgenooten in de naburige gouvernementen Friesland en Gelderland. Maar de Staten van hun kant waren prat op hunne duurgekochte rechten en privilegiën en dus konden conflicten niet uitblijven, ook om redenen van persoonlijk belang des stadhouders. Zoo maakte Oranje in 1561 ernstig bezwaar om zijn Hollandsche heerlijkheid Zwaluwe te laten deelen in de van het gewest gevraagde lasten; als ridders van het Gulden Vlies maakten hij en Egmond voor al hunne heerlijkheden aanspraak op „generale exemptie" van alle gewestelijke „subventien ende consenten"; ook over zijn visscherijen aan den Moerdijk wilde hij geen lasten betalen en de Staten zagen geen kans om hunnen machtigen stadhouder tot betaling te dwingen. In den strijd tusschen Holland en Zeeland over den door den Koning op het voorbeeld van zijn vader, grootvaderen overgrootvader aangestelden admiraal voor alle Bourgondische gewesten, thans Oranje's vriend en bondgenoot. Hoorne, aan wien de beide ge-

Sluiten