Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die gebeurtenissen hadden zich namelijk sedert het voorjaar overeenkomstig 's Prinsen herhaaldelijk uitgesproken vrees in het gansche land op een zeer gevaarlijke wijze ontwikkeld. Hij had dit met toenemende bekommering gadegeslagen en niet het minst het oog gehouden op hertog Erich's bij hem en zijn vrienden verdachte pogingen tot troepenwerving. Hij aarzelde dan ook, zelfs voor korten tijd, het land te verlaten om deel te nemen aan de belangrijke onderhandelingen op-den rijksdag te Augsburg, waar de nieuwe keizer, Maximiliaan II, de verzoening der kerkelijke tegenstellingen in het Rijk hoopte tot stand te brengen. De dood van zijn zoontje Maurits in het begin van Maart en de overspannen toestand zijner vrouw, die in verband met een aanstaande bevalling ernstig ziek werd en zich voortdurend door haar drift liet medesleepeh tot de schandelijkste verwijten aan haren echtgenoot, veroorzaakte hem bovendien vaak verdriet en beslommering. Maar niet minder deed dit de loop der staatkundige zaken.

Tegen half Maart begon de landvoogdes ernstig aan te dringen op zijn terugkomst naar Brussel wegens „tant d'affaires de poix", die zij met hem had te overleggen. Hij antwoordde, dat de ziekte zijner vrouw en „aulcuns miens affaires particuliers* hem nog terughielden. Op denzelfden dag wees hij de landvoogdes' ernstig op de alom in den lande heerschende onrust, nu er reeds iets uitgelekt was van 's Konings inquisitie-plannen, waarmede men ook de wervingen van hertog Erich in verband bracht, vreezende, dat deze bestemd zouden zijn om de inquisitie, in het algemeen de scherpere uitvoering der plakkaten met geweld en met vreemde troepen door te zetten. Eerst den 27*iten verscheen hij te Brussel, nadat de landvoogdes hem herhaaldelijk dringend om zijn komst had verzocht. Zij wilde een samenkomst van de gewestelijke gouverneurs houden ten einde dezen te raadplegen ovèr maatregelen in verband juist met de toenemende onrust in den lande, die tot zeer ernstige oproerige bewegingen scheen te zullen leiden' en waarvoor de Grooten zoo uitdrukkelijk en herhaaldelijk hadden gewaarschuwd.

Inderdaad waren er sedert November 1565 zaken voorgevallen, die op dè stemming des volks een grooten invloed hadden geoefend.

Bij gelegenheid van de huwelijksfeesten in die maand en het begin, van December was, zooals wij zagen, een aantal leden van den hóogen en den lageren adel naar Brussel gekomen. Naar aanleiding van de in den zomer te Spa gehouden gesprekken en ongetwijfeld na wat

Sluiten