Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als de keurvorst van Saksen, de landgraaf van Hessen of de keurvorst van de Paltz. De overige deelen van het Rijk waren voor de Nederlanden, ten minste in theorie, volstrekt geen „buitenland" maar eenvoudig mede-onderdeelen van het Rijk, dat ze samenbond en dus tegenover die deelen zekere rechten en plichten had. Het was wel waar, dat sedert Philips' troonsbestijging in 1555 de band met het Rijk veel losser was geworden dan reeds onder Karei V en dat deze losmaking van Spanje uit werd bevorderd en onder Granvelle's bestuur inderdaad voortgang had gemaakt, maar Oranje vooral had steeds met nadruk gewezen op den samenhang dezer landen met het Rijk. Hij meende dan ook ten volle gerechtigd te zijn zich daarop te beroepen tegenover de steeds werkzame losmakingspolitiek des Konings en zijner Spaansche staatsdienaren.

Intusschen had Oranje reeds in Januari te Breda met de nog altijd samenwerkende ledep der Liga overlegd, in het bijzonder over hertog Erich's wervingen en wat men daartegen kon doen; Egmond, Hoorne, Bergen, Montigny, Culemborg en Brederode waren daarbij tegenwoordig. Dezé overleggingen werden buiten Egmond om, die reeds dadelijk bezwaren aanvoerde, al kende hij de verdere plannen nog niet, omstreeks het begin van Maart voortgezet door Oranje, Hoorne, Bergen, Montigny en Hoogstraten, thans met de hoofden van het Compromis, met den teruggekeerden graaf Lodewijk en de duitsche troepenaanvoerders Günther von Schwarzburg, 's Prinsen zwager, en zijn ouden vriend Georg von Holl, die met Lodewijk waren gekomen. Overeenkomstig 's Prinsen voorstellen aan het Compromis werd hier besloten, dat dit aan de landvoogdes een rekest, een smeekschrift moest aanbieden; het werd wel door Thoulouze ontworpen maar door graaf Lodewijk zelf — zeker niet zonder medewerking des Prinsen — belangrijk verkort, gewijzigd en eindelijk definitief vastgesteld. Vervolgens werd aangenomen, dat de edelen van het Compromis het in het begin April in plechtigen optocht, gewapend volgens hunne gewone dracht maar zonder harnas, dus niet in krijgstenue, aan de landvoogdes zouden komen aanbieden. Marnix van St. Aldegonde zou de Antwerpsche Synode met een en ander in kennis stellen en deze opwekken in haren kring het optreden der edelen te steunen en te verklaren zonder tot verdere stappen van verzet over te gaan.

Het was thans de vraag, in hoeverre de andere leden der Liga, in

Sluiten