Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beweging onder den adel, met name uit de noordelijke gewesten, maar werd thans door Egmond en Megen nader onderricht. De beide heeren raadden haar bij den Koning aan te dringen op afschaffing der inquisitie en matiging der plakkaten, ook volgens hen het eenige redmiddel uit dezen gevaarlijken toestand; een algemeene amnestie voor de leden van het Compromis kon dan veel doen, meenden zij, om de rust iri den lande volledig "te herstellen. De landvoogdes schreef ook dadelijk in dien geest aan den Koning en ried hem het bezigen van geweld, waaromtrent ook haar, zeide zij, berichten waren ter oore gekomen, met nadruk af. Op het gerucht, dat de adel haar gevangen wilde nemen, had zij een oogenblik eraan gedacht naar Bergen of een andere sterke vesting te wijken, maar Egmond en anderen stelden haar voorloopig gerust. Zij was echter door dit alles weder zeer zenuwachtig geworden, toonde hare ergernis in het bijzonder aan Oranje en Hoorne, eindelijk naar Brussel gekomen, toen zij zelf geen toenadering tot haar toonden, en sloeg in hare totnogtoe wantrouwende stemming tegenover de oude kardinalistën : 'Viglius,- Berlaymont, Aerschot, merkbaar om. Megen en de oude Mansfeld, in het minst niet geneigd om zich met geweld tegenover den Koning te stellen, toonden zich over de thans geopenbaarde plannen weinig minder verontwaardigd dan zij zelve, maar de wankelmoedige Egmond aarzelde weder en begon meer en meer tot Oranje over te hellen.

Deze laatste en zijn vrienden bleven niet in gebreke luide hun trouw aan den Koning te betuigen, ontkenden zelfs de betrekkingen van het Compromis met „buitenlandsche" heeren en verdedigden het zooveel doenlijk. Op Paschen 1566 ging Oranje met zekere vertooning met gemalin en kinderen naar de kerk om zijn catholiciteit nogmaals te doen uitkomen tegenover de bij dit alles natuurlijk weder opkomende vermoedens en verwachtingen van beide kanten. Deze demonstratie kon echter het wantrouwen der Katholieken niet wegnemen en evenmin strekken om de Calvinisten tot hem te brengen. Dat hij in dezen tijd er niet ernstig aan dacht om binnen afzienbaren tijd het katholieke geloof op te geven, kan ook blijken uit de nog 12 Mei en 8 Juni door hem aan den Paus gegeven verzekering, dat hij wilde blijven „toute ma vie trés humble et trés obéissant fils de l'Eglise et du St. Siège et persévérer en ceste volunté, dévotion et obéissance" en dat hij voor zijn prinsdom beloofde: „antiqua et catholica religio

Sluiten