Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

conservatur nee ea in parte umquam meo officie- deero nee committam ut quidquid in me desiderari* possit": Maar hij beklaagde zich ook bij de landvoogdes, dat hij langs zekere wegen uit Spanje vernomen had, dat de Koning niet meer of minder van plan was dan om ter gelegener tijd hem het leven te benemen en zijn-goederen te confisceeren; de landvoogdes, van Alva's raadgevingen en Philips' werkelijke wenschen minder goed onderricht, ontkende heftig. Ook de andere heeren klaagden over den Koning en zijn vermoedelijke plannen en inzichten, met name Bergen en Hoorne, die thans hun sympathie met de protestantsche beweging zonder omwegen begonnen te uiten.

In den Raad van State vingen den Maart de besprekingen

aan over de houding, die de landvoogdes zou aannemen bij de spoedig te wachten aanbieding van het Rekest, welks juiste inhoud haar en den kardinalistën nog onbekend was, al hadden zij van de strekking nu genoeg vernomen. Oranje ried aan de edelen te ontvangen, mits zij niet in grooten getale kwamen en „modestement" spraken. Hij stemde ook. voor versterking der voornaamste vestingen ten einde oproer te voorkomen. Viglius en andere leden van den Geheimen Raad bleken, als vroeger, tegen de verscherping;der inquisitie en tegen de strenge uitvoering der plakkaten gekant.

De Raad van State dacht er even zoo over maar nog werkelijk katholiekgezinde leden: Hoogstraten, Megen, Montigny en Egmond, betuigden toch, dat men de gewone bisschoppelijke inquisitie en de strafbepalingen tegen ketters niet missen kon, • waartegenover eerst Bergen en daarna Oranje, die zich echter buitengemeen voorzichtig uitlieten, vooral spraken over noodzakelijkheid van verbetering der geestelijkheid en pleitten voor gewetensvrijheid. Het was in de zitting van den Raad op 29 Maart, dat Oranje de noodzakelijkheid van regeling der godsdienstzaken door de overheid volmondig toegaf: „en toutes choses du monde il faut qu'il y ait ordre et tout plus en la reiigion pour maintenir salut des ames et tranquillité du pays": hij erkende, dat Karei V en Philips de plakkaten hadden uitgevaardigd „a. bonne intention". Maar „astheure et par 1'inquisition la reiigion se pert, car veoir brusler ung homme pour penser avoir faict bien, faict mal aux hommes et leur semble conscience". Daarom willen de rechters de plakkaten niet uitvoeren, zoodat „la rigueur n'est nuHement pour maintenir la reiigion". Hij dringt daarom als vroeger aan op matiging, op schor-

Sluiten