Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen wapenen, had Oranje zijn broeder geraden maar „le plus paisiblement que povrés venir et point de tout avecque si grande trouppe ensemble", ook „nulle salve ny dehors la ville ny dedans".

Geheel en al hielden zij zich niet aan dit vriendschappelijk advies van den hun zoo welgezinde. In ietwat rumoerigen optocht begaven zij zich, overigens niet in krijgsgewaad maar in gewone adelskleeding, gevolgd door een aanzienlijke volksmenigte, naar het paleis, waar Brederode namens allen aan de landvoogdes, die hen staande te midden van den Raad van State en haren hofstoet ontving, het Rekest overgaf. Bij deze gelegenheid zou Berlaymont minachtend gezegd hebben: „ce ne sont que des gueux", een toespeling op het weinig imponeerend uiterlijk van verreweg de meesten. De landvoogdes hoorde Brederode's korte voorgelezen rede aan en antwoordde kortaf en verlegen, dat zij het Rekest zou onderzoeken en spoedig bescheid zou geven. Zij overlegde dadelijk met den Raad van State en liet volgens diens besluit een korte apostille op het Rekest plaatsen, waarna zij, wederom in overleg met den Raad, den 6den de edelen weder naar het paleis ontbood om het hun terug te geven. Thans waren ook Culemborg en Van den Bergh gekomen. De landvoogdes, reeds meer moed vattend, antwoordde toen, dat zij het Rekest bij den Koning zou aanbevelen, een gezantschap naar Spanje zou afvaardigen, - dat zij reeds een moderatie had laten ontwerpen, den inquisiteurs en wereldlijken rechters voorloopig matiging zou aanbevelen en intusschen van de edelen verwachtte, dat zij de oude religie niet zouden veranderen, integendeel" deze zouden beschermen.

Met dit antwoord waren de edelen weinig tevreden en den 8*m kwamen zij opnieuw voor de landvoogdes, verlangend een formeele belofte tot voorloopige schorsing van inquisitie en plakkaten en ten opzichte van den ouden godsdienst zich beroepend op de besluiten eener bijeen te roepen vergadering der Staten-Generaal; zij beloofden steun tegen oproer maar vroegen tevens officieele billijking van hun optreden. De landvoogdes antwoordde ontwijkend, waarop een der edelen, Esquerdes, in weinig eerbiedige termen dank betuigde en op die billijking nogmaals aandrong, hetgeen Margaretha wederom weigerde, ten slotte met de bitse opmerking, dat hare definitieve meening over het Compromis zou afhangen van het verdere gedrag der deelnemers. De Raad van State besloot daarop den edelen, om hen tot bedaren

Sluiten