Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te brengen, het ontwerp voor de nieuwe instructie aan rechters en inquisiteurs te toonen: de katholieke Hoogstraten zou daartoe nogmaals de edelen bezoeken en hen namens de landvoogdes vragen, of zij werkelijk bereid waren de oude religie te handhaven en te verdedigen. Zij antwoordden echter in het algemeen weder met een betuiging van trouw te zullen blijven aan de gezamenlijke besluiten van Koning en Staten-Generaal. Zij waren bij Hoogstratens bezoek juist in Culemborg's paleis aan een maaltijd vereenigd, waarop voor het eerst de naam Geuzen en de roep: „Vivent les Gueux* weergalmde. Toen Oranje, Egmond en Hoorne te paard voorbij reden en werden uitgenoodigd binnen te komen, weigerden zij, maar voor de tweede maal voorbijrijdend, gaven zij eindelijk gehoor aan Brederode's ver2oek, stegen af en tradén even binnen, waarop zij staande een enkelen dronk wijdden aan het Compromis-en met den daverenden roep: „Vive le Roi! Vivent les Gueux!" -werden uitgeleid. Een paar dagen later verlieten de meesten Brussel, nadat zij den geuzennap en een penning met het randschrift „Fidèles au Roy jusqu'a la besace" als gemeenschappelijk teeken hadden aangenomen.

Bij dat alles was het duidelijk, dat de landvoogdes, aanvankelijk tegenstribbelend, zelve geneigd was om toe te geven aan den aandrang der edelen op de Staten-Generaal en de matiging der plakkaten en dat zij in deze zaak de inzichten van Oranje, Hoorne en den thans weder met. hen samengaanden Egmond verder wilde volgen.

Maar-met '-s Konings bedoelingen strookte dit geenszins evenmin als dit het geval was met de in April verder uitgewerkte moderatie der plakkaten, al was die nog zoo gering. Het voorstel van Oranje in den Raad van State om ze door de gewenschte Staten-Generaal te laten behandelen, nadat ze eerst door de gewestelijke hoven zou zijn onderzoeht, vond geen -instemming; zij ontmoette in de door die hoven geraadpleegde Statenvergaderingen der zuidelijke gewesten weinig verzet maar in het Noorden toonde men minder ingenomenheid met de voorgestelde geringe matiging en in het bijzonder de Staten van Holland drongen "weder aan op de bijeenroeping der Staten-Generaal,. die door Oranje zelf sedert lang gewenscht werd.

Hij wanhoopte echter reeds aan de bevrediging van adel en volk. Bij de behandeling in den Raad van State (9 April) van de vraag, wie in gezantschap naar Spanje zou gaan om den Koning nader in te lichten,

Sluiten