Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

intendentschap had toegestemd gelijk zij op zijn voorstel zelfs een algemeen pardon voor deelnemers aan de prediking toestond. In het begin van Augustus scheen de orde in de stad zoo goed als her? steld. Maar weldra begonnen de moeilijkbeden weder, vooral toen de vrees der Calvinisten voor gewelddadig onderdrukken der prediking door den reeds lang gereedstaanden drost van Brabant en zijn gerechtsdienaars hen opnieuw . pogingen deed doen om binnen de stad te kunnen prediken. Slechts met groote moeite gelukte het Oranje den j^den Aug. nog deze pogingen te beletten door te "dreigen de gilden te wapenen en alle verzet met geweld te breken. .

Vóór zijn vertrek naar Antwerpen was ook in den Raad van State weder ernstig gesproken over den kritieken toestand des lands. Met Egmond, Mansfeld en Noircarmes had Oranje er wederom aangedrongen op onverwijlde bijeenroeping der Staten-Generaal, zonder langer te wachten op 's Konings toestemming. Maar de landvoogdes, wel wetend, hoe Philips, over dit punt dacht, stelde de beslissing uit en droeg Oranje en Egmond op den leiders van den Geuzenbond, die nog steeds te St. Truyen bijeen waren, te melden, dat zij van hen krachtig optreden tegen de prediking verwachtte. Den i8deD, terwijT Oranje te Antwerpen zijn taak reeds had aangevangen, begaven . de beide heeren zich op haar verzoek naar Duffel, waar i zij - gedeputeerden uit St. Truyen ontmoetten en hun het verlangen der landvoogdes overbrachten ; daartegenover beloofden zij uit eigen beweging het Compromis te zullen beschermen, als het zich hield aan wat in het Rekest van April gevraagd was en geen stap verder ging.-

Dat Oranje's positie bij dit alles buitengewoon netelig werd, was duidelijk. Hij beloofde den edelen bescherming, mits zij de prediking tegenhielden, en hij kon weten, dat zij juist met de consistoriën waren overeengekomen, dat dezen op de gewapende en financieele hulp der edelen konden rekenen, als de Koning tegenover hen tot geweld overging. Geruchten over nieuwe toerustingen van hertog Erich kwamen voortdurend uit Duitschland, waartegenover Georg von Holl openlijk troepen wierf op naam van Oranje, graaf Lodewijk en de Nederlandsche steden en stenden, overeenkomstig de in het voorjaar gemaakte afspraken, welke Oranje zelf thans ook aan Egmond in vollen omvang openbaarde.

Hoe zou hij zich uit deze netelige positie redden ? Hij dacht er niet

Sluiten