Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet verder uit te breiden en over verdere landsbelangen met Oranje, Egmond en Hoorne te spreken. De Grooten gingen zoover van te beloven den feitelijk nog niet geheel opgelosten Geuzenbond desnoods gewapend hulp te zullen bieden, als de Koning soms geweld tegen dezen wilden gebruiken, en in den Raad van State op de belangen van den Bond te zullen letten om te kunnen waarschuwen, als die bedreigd werden. De verwezenlijking van Oranje's ideaal der gewetensvrijheid, zelfs van eenige godsdienstvrijheid, scheen een goed eind gevorderd te zijn. Hij had op de gevonden oplossing ongetwijfeld grooten invloed gehad.

Hij keerde nu den 26s*-en naar Antwerpen terug en nam daar aanstonds de noodige maatregelen om het accoord van den 23^11 uit te voeren en de „sectarissen" daar en elders krachtig te bestraffen. Hij had reeds twee dagen te voren Hames en Thoulouze daarheen gezonden om de geplunderde kerken door de Calvinisten te doen ontruimen en liet den 28sten drie beeldstormers op de Groote Markt in zijn tegenwoordigheid ophangen, drie andere verbannen en vele plunderaars en oproermakers vatten. Reeds i Sept. kon in de Antwerpsche kathedraal de mis weder worden bediend. Met kracht handhaafde hij de katholieke godsdienstoefening, terwijl aan Calvinisten en Lutheranen de prediking op Zondag en Vrijdag op bepaalde plaatsen in de stad, waar tijdens de woelingen reeds gepredikt was, met ruime hand werd toegestaan. Samenwerkend met het Antwerpsche stadsbestuur, deelde hij dit alles aan de talrijke vreemde kooplieden mede, die reeds van plan waren heen te trekken maar zich nu bereid verklaarden in de weder rustige stad te blijven en hun zaken voort te zetten. Maar hij was bij een en ander verder gegaan dan de landvoogdes wenschte en met het gesloten accoord in overeenstemming kon geacht worden. Hij beriep zich daarbij ook tegenover den Raad van State echter op „causes urgentes de nécessité", op „grandes et pregnantes raisons", daar Antwerpen zooveel aanhangers der .nouvelle reiigion" telde, zooveel vreemdelingen en zooveel plunderende elementen. Alleen den gevaarlijken Anabaptisten bleef hij weigeren hun het preeken toe te staan. Egmond ging in Vlaanderen lang niet zoover als hij maar wist er toch ook, door hier en daar de tanden te laten zien, de orde te herstellen. Hoorne deed op verlangen der landvoogdes hetzelfde, maar nog verder gaande dan Oranje, in het heftig gistende Doornik, waar hij met Gilles Le Clercq en de zijnen in zeer intieme verhouding

Sluiten