Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eigen hand maatregelen om in die gouvernementen de rust te handhaven door hertog Erich te vergunnen te Woerden een paar honderd man bijeen te brengen en door te Gouda, waar een belangrijk deel der Hollandsche archieven in het kasteel bewaard werden, vergunning te geven tot het in dienst nemen van 300 man — handelingen, waardoor Oianje zich als kapitein-generaal zijner gewesten gekwetst achtte. Ten slotte vond de landvoogdes den toestand te Antwerpen zoozeer verbeterd, dat zij Oranje machtigde thans in overeenstemming met de besluiten van den Raad naar zijn gouvernementen te gaan en aan Hoogstraten de leiding der zaken in de machtige koopstad over te laten.

Intusschen was hij ook voortdurend in betrekking gebleven met Hessen en Saksen, waarheen hij graaf Ludwig van Wittgenstein had gezonden om te bewerken, dat de Duitsche vorsten zich, overeenkomstig het verzoek der calvinistische gemeenten, gezamenlijk tot den Koning zouden richten om dezen te bewegen toch geen geweld tegen de „arme Christen" der Nederlanden te gebruiken en matiging te betrachten. Graaf Lodewijk stond hem daarbij telkens weder ter zijde met raad en daad; ook echter bij de onderhandelingen met Georg von Holl en andere krijgsoversten, voor het geval dat de Koning toch geweld zou willen aanwenden.

Ook met Egmond werd in een samenkomst van dezen, Hoorne en graaf Lodewijk met den Prins den 3deQ October te Dendermonde gesproken, maar Egmond weigerde medewerking, toen graaf Lodewijk het denkbeeld van gewapend verzet opwierp.

Er was daar zelfs sprake van nog gewichtiger besluiten. De zwakke en wankelende landvoogdes moest, wegens den wensch van graaf Lodewijk, Brederode en andere toongevende edelen en dien van Oranje zeiven, door een krachtig regentschap van Oranje, Egmond en Hoorne vervangen worden als „serviteurs trés humbles de Sa Majesté, protecteurs de la Noblesse et de la Patrie, ensamble de tout le peuple". Een soort van manifest was reeds opgesteld, waarmede zij hun optreden zouden rechtvaardigen als niet veroorzaakt door eenige eerzucht „ains tout seullement pour le service de Dieu, la conservation de nostre pays" en met het behoud van 's Konings volle souvereiniteit. Maar noch Egmond, die niet ernstig geloofde aan 's Konings gewelddadige plannen en nog liever het land zou verlaten dan zich met geweld daartegenover te stellen, noch ook Hoorne, die tegen zoo iets opzag en steeds van zich terug-

Sluiten