Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geld, en dus ook de troepen, bij elkander te krijgen. Doch reeds begonnen in zuidelijk Vlaanderen de Calvinisten zich openlijk te wapenen. Het „slaet op den trommele van dirredomdeyne", het „vive le Geus is nu de loes" klonk luid over de velden van Vlaanderen. Op Oranje was de hoop gevestigd van allen, die meenden, dat nu het zwaard moest worden getrokken, want „certeyn Godts wraeck naeckt", liet het volkslied hooren.

Oranje bleef lang in Utrecht, waar hij er ten slotte in slaagde om de kerkelijke toestanden te regelen op een wijze, die de landvoogdes wel niet geheel bevredigde maar waarbij zij zich toch voorloopig nederlegde, onder goedkeuring van 's Prinsen ordonnantie omtrent de prediking. Den -sten December kon hij haar melden, dat de rust er geheel was teruggekeerd en dat overal in dat gewest, zoowel in de stad als op het platteland, de katholieke eeredienst hersteld was in kerken en kloosters. Toch wenschte hij er een „lieutenant" aan te doen stellen, hetgeen Margaretha weigerde, bevreesd voor zijn al te groot overwicht ook hier.

Nu gold het Amsterdam, waar de Prins, van Utrecht uit, reeds bezig was geweest het accoord voor te bereiden op de wijze zooals dat in Antwerpen was gebeurd, want, schreef hij, ook te Amsterdam waren veel vreemde kooplieden van kettersche gezindheid, zij het dan wederom Lutheranen, en verder een groote menigte aanhangers der „nieuwe" religie, die reeds vóór de troebelen daar en in den omtrek hadden laten prediken; ook had men te Amsterdam vrij wat rumoerig scheepsvolk. Hij wilde dus evenals te Antwerpen hier in en buiten de stad de prediking toestaan. Maar de landvoogdes verbood het eerste uitdrukkelijk, wat de Prins ondoenlijk achtte, daar Amsterdam een middelpunt was van het Calvinisme en de edelen er kort te voren onder leiding van graaf Lodewijk, Brederode en Culemborg, welke laatste ook al een ernstige vermaning over zijn kerkelijke houding en de verwijdering van beelden in zijne stad namens de landvoogdes yan den Prins had ontvangen, een samenkomst hadden gehouden gelijk zij op het eind van December nog eens te Heusden bijeenkwamen. Hij kwam 15 December in de belangrijke koopstad aan.

Ook te Amsterdam bleef de Prins geruimen tijd, zes weken lang, werkzaam tot herstel van orde en rust. Ook hier, evenals te Utrecht, vond hij de stadsregeering aanvankelijk niet bereid om zelve het

Sluiten