Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Koning tegenover iedereen en zonder eenige beperking, ten einde de goeden van de slechten afdoende te onderscheiden. En werkelijk legden bijna allen den eed af. Oranje, Hoorne, Hoogstraten, Brederode echter weigerden maar vonden zelfs bij de voormalige leden van het Compromis slechts weinig navolgers; integendeel een groot aantal van dezen Onderwierpen zich aan de thans zegevierende landvoogdes en smeekten om vergiffenis, openlijk terugkeerend tot gehoorzaamheid en ook op kerkelijk gebied zich schikkend naar de veranderde omstandigheden.

Wat kon er bij dit alles van Oranje's oppositie zoowel als van de calvinistische beweging terechtkomen? Wat kon hem de gedurende zijn driemaandelijksch verblijf gewonnen genegenheid en het vertrouwen der Hollandsche burgerijen helpen? Was dit door gematigd en welwillend optreden gewekte vertrouwen zelfs te wachten van de calvinistische leiders, die nu meer dan ooit op zijn machtige hulp rekenden? Hij wist reeds door zijn geheime correspondenten in Spanje, dat de ten hoogste verbitterde Koning en zijn Spaansche Raad in October, op de berichten over den gruwelijken Beeldenstorm, onherroepelijk besloten hadden tot een strafexpeditie, die in de Nederlanden alle verzet zou breken, alle ketterij zou vernietigen, alle medeplichtigen zou straffen zonder genade en zonder aanzien des persoons. Op den i*** December werd de onverbiddelijke hertog van Alva met de leiding dier strafexpeditie belast; Philips zelf zou „later" volgen, schreef hij aan de landvoogdes. Zij kondigde einde Januari de komst van Philips en Alva met het leger openlijk aan zonder evenwel te zeggen, welk vreeselijk strafgericht met die komst een aanvang zou nemen, integendeel alleen sprekend van herstel van orde en rust in overleg met de Vliesridders en de Staten-Generaal ten einde vrede te brengen aan het ongelukkige land.

Onder dat alles had Oranje in Holland den loop der dingen oplettend gadegeslagen. Het was hem uit de berichten van Wittgenstein, den ijverigen voorstander van toenadering tot het Calvinisme in Duitschland duidelijk gebleken, dat hij van den Keizer of de Duitsche vorsten geen hulp of steun te wachten had, als de Calvinisten bleven weigeren luthersch te worden; te minder toen de geruchten omtrent 's Konings voorgenomen strafgericht ook in Duitschland doordrongen en de daar gevreesde naam van Alva daarmede verbonden werd. Met de overblijfselen van den Geuzenbond, die nog steeds door graaf Lodewijk en Brederode werden bijeengehouden, met de Calvinisten zou hij moeten

Sluiten