Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derde rekest aan te bieden, waarin verzocht werd een einde te maken aan de maatregelen van geweld, en het accoord van Augustus te handhaven- Intusschen zou Brederode zelf, door den Prins heimelijk gesteund, zijn troepen bijeenbrengen om met hulp van die, welke graaf Lodewijk uit Duitschland zou aanvoeren — alles te zamen ongeveer 17000 man ruiters en voetvolk, rekende men — tegenover het geweld van 's Konings zijde op hunne beurt eindelijk metterdaad ook geweld te stellen. Antwerpen zou het middelpunt zijn van dit verzet. Brederode, door de landvoogdes intusschen aangemaand zijn wervingen te staken, begaf zich aanstonds daarheen, gevolgd door Thoulouze, Aldegonde, Boisot, Treslong, Villers, de beide Batenburgen en eenige andere edelen. Hij sloot er onmiddellijk een overeenkomst met de calvinistische gemeenten en beloofde hen te zullen helpen. Het was echter een kwaad teeken, dat het „derde rekest" van het uiteengevallen Compromis, dat hij met zijn Geuzengevolg in optocht weder te Brussel had willen aanbieden, niet op die wijze door de landvoogdes werd aangenomen; zij verbood hem en den zijnen ten strengste naar Brussel te komen en ook Oranje en Egmond kregen bevel, als zij soms daarheen wilden gaan, geen edelen van den voormaUgen Geuzenbond mede te brengen. Maar Oranje deed overigens niets om Brederode's wervingen te beletten, ten minste niets van beteekenis.

Op 4 Februari verscheen Oranje met Hoorne, Hoogstraten, Nieuwenaar en Van den Bergh weder zelf te Antwerpen — het overschot der oude Liga tegen Granvelle, naast het overschot van het Compromis. Men trachtte Egmond nog over te halen ook naar Antwerpen te komen, eerst schriftelijk daarna mondeling door Hoogstraten, die zich daartoe naar Gent had begeven. Maar Egmond aarzelde. Hij schreef ten slotte van Brussel uit onder invloed van Noircarmes een scherpe weigering, waarbij hij, als 's Konings vazal, verklaarde in geen geval de wapenen tegen dezen te zullen opvatten en ook zijn vroegere vrienden ernstig vermaande te denken aan hun bezworen vazallenplicht, ja zelfs berichtte als vijand tegenover hen te zullen staan, als zij volhardden bij hun opzet.

Deze ten slotte volstrekt afwijzende houding van den geheel tot de gehoorzaamheid teruggekeerden Egmond stelde Oranje opnieuw voor de vraag, of hij de zaak der Nederlanden ten slotte toch zou moeten opgeven: die zaak scheen hopeloos verloren, als zij zonder den populaireo Egmond, ja met dezen als vijand tegenover zich, zonder de hulp

Sluiten