Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen opdracht te hebben gegeven zooals hij er had.beweerd. Megen, die zich met zijn geworven regiment dicht bij die belangrijke stad bevond, waagde geen beleg maar trok over de Waal naar. Brederode's kasteel te Ameide, dat hij plunderde; doch hij durfde het nabijgelegen, thans sterke en goed voorziene Vianen niet aan te vallen en trok door naar Utrecht, waar men hem binnenliet; hij begon nu van daar uit langzaam Vianen te bedreigen. Naar Walcheren zond Oranje, als stadhouder, zijn luitenant, den heer van Boxtel, om hier. troepen te werven, het eiland, dat den mond van de Schelde beheerschte, tégen alle aanslagen te bewaren en er alleen met*zijn toestemming garnizoen toe t« laten. Een kleine calvinistische expeditie onder Thoulouze, die begin Maart op eigen gezag Vlissingen wilde bezetten, werd daar door de stadsregeering echterenet kanonschoten ontvangen en Egmond maakte zich gereed van Vlaanderen uit desnoods ook hier in te grijpen. De expeditié moest onverrichter zake terugkeeren en Walcheren werd spoedig door een kleine macht vanwege de regeering bezet, terwijl de Zeeuwsche overheden, bevreesd voor -calvinistische uitspattingfen, haar steunden. Venloo, Roermond, Bommel, Deventer en andere voor de betrekkingen-met Duitschland gewichtige punten, ook Harderwijk, werden door de Geuzen nog vastgehouden.

De Prins echter bond na deze blijkbaar nuttelooze pogingen in en toonde zich geneigd tot onderhandeling, daar ook de Antwerpsche regeering zelve zich niet bijzonder ijverig toonde om hem te helpen. Zijn* positie werd meer en meer onhoudbaar, te eer nu ook de Raad van State hem drong om kleur te bekennen, „pro" of „contra". Hij waagde het niet naar Brussel te komen en evenmin deel te nemen aan een nieuwe hem door den Raad aangeboden samenkomst met Egmond en Mansfeld te Mechelen; hij weigerde opnieuw den eed en bood wederom zijn ontslag aan, dat evenwel door de landvoogdes, die hem thans niet wilde laten ontsnappen, niet werd aangenomen. Zij zond hem einde Maart den secretaris van den Raad van State, Berty, om hem nogmaals de bedoeling van den eed uit te leggen, maar hij weigerde standvastig, daar hij nooit iets zou willen doen tegen zijn geweten en *ijn vazallenplicht. De troepen van Thoulouze liet hij echter niet binnen Antwerpen toe, zoodat zij plunderend en ordeloos voor de poorten der stad bleven. Toch hield hij niet op den Calvinisten te verzekeren, dat hij hep niet in den steek zou laten: „vos affaires iront mieux que vous

Sluiten