Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en dus al zijn posten moeten nederleggen maar hij had het zijn plicht geacht eerst nog de rust in zijn gouvernementen en te Antwerpen te herstellen. Nu dit geschied was, kwam hij nogmaals bij den Koning zijn ontslag indienen, al zou hij diens „fidéle vassal et loyal sujet" blijven tot zijn dood — zoo zeide hij wat al te uitbundig; hij eindigde in denzelfden geest met een betuiging van trouw en gehoorzaamheid „a mon prince naturel" en verklaarde daarin te willen volharden. Eenige dagen later, den 22ste», den dag van zijn vertrek, nam hij ook afscheid van de landvoogdes met een brief, waarin hij meldde, zooals hij ook in de andere brieven had gemeld, het land tijdelijk te willen verlaten voor een „reis" naar Duitschland ten behoeve van eigen en familiezaken. Zij betuigde in haar antwoord, dat aan onoprechtheid weinig te wenschen overliet, hem hare vriendschap, beloofde gedurende zijn afwezigheid te zullen waken voor zijn achtergebleven dienaren en ambtenaren en nam ook vriendelijk afscheid van zijn oudste dochter, Marie, die sedert bijna twee jaar als „demoiselle dnonneur" aan haar hof was opgenomen. In zijn brieven aan Egmond en Hoorne liet Oranje zich scherper en duidelijker uit Hij wilde hun voorbeeld niet volgen, daar hij den „Spaanschen koning" niet vertrouwde, zooals hij aan Hoorne schreef, maar verzekerde hun zijn onwankelbare vriendschap tot beter tijden

Maar reeds werd hij ook te Breda in zijn persoonlijke veiligheid be1 dreigd; Noircarmes bezette den 2 i»ten het nabijgelegen Turnhout. Oranje ontsloeg toen een aanzienlijk deel zijner bedienden, vermaande de stad tot gehoorzaamheid aan de landvoogdes, beval den magistraat garnizoen van harentwege in te nemen, leende van de Antwerpsche bankiers een som van 30000 gulden, Het zijn kostbaarheden bijeenpakken om ze mede te nemen en maakte alles voor de afreis gereed. Met Elbertus Leoninus, hoogleeraar te Leuven, sprak hij nog kort vóór die afreis over den eed, die hem zou hebben genoodzaakt allereerst de immers luthersche Prinses te laten vervolgen, en over zijn vazallentrouw jegens den Koning, dien hij, als hij gewild had — zoo dreigde hij — wel een dozijn jaren lang met geweld had kunnen beletten het land te betreden zonder zich echter illusies te maken omtrent den afloop van den ongelijken strijd.

Toen verliet hij den 22sten Breda met zijn gezin en een talrijk gevolg. Over Grave, Kleef en Keulen begaf hij zich naar het in den laatsten

Sluiten