Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijd opnieuw versterkte Dillenburg, het oude slot zijner vaderen, waar graaf Johan hem 7 Mei met zijn gansche gevolg van omstreeks 100 personen opnam. De vier-en-dertig-jarige vorst, totnogtoe de schitterende Bourgondische edelman, onbetwist "de eerste onderdaan des Konings in de Nederlanden, jaren lang reeds een der voornaamste leiders der landsregeering, keerde als vluchteling terug naar de plaats, die hij vóór 23' jaren als jonge knaap met schitterende toekomst had verlaten.

Zijn vijanden waren natuurlijk bitter teleurgesteld door zijn vertrek of liever zijn vlucht, die zij toeschreven aan laffe vrees voor zijn huid. Maar Granvelle en de zijnen hielden hem ten onrechte voor „craintif et peu amy de hazart"; hij was — zijn geheele leven bewijst het — inderdaad slechts voorzichtig en het verdere verloop der gebeurtenissen zou aantoonen, dat hij geen ongelijk had gehad in de verwachting ten opzichte van wat de toekomst hem zou kunnen opleveren.

Zijn vrienden waren bitter teleurgesteld. Zij hadden gehoopt en verwacht, dat hij zich aan hun hoofd zou stellen, zij het dan nog op het laatste oogenblik. Brederode heeft dit nog lang gehoopt maar de Prins, zelf nog steeds afkeerig van een optreden als leider van een opstand, waarin hij vooral op de Calvinisten zou moeten steunen, had van het gewelddadig verzet afgezien. Vijf dagen na hem heeft ook Hendrik van Brederode, het nuttelooze van verderen strijd inziende, het land verlaten en is naar zijne verwanten in Noordduitschland uitgeweken.

Sluiten