Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

publicque", aan het hof aldaar, aan 's Prinsen laatste verblijfplaats hier te lande en aan het portaal der hoofdkerk. Dit laatste geschiedde met zorgvuldige inachtneming van alle rechtsvormen door de deurwaarders van den Geheimen en den Grooten Raad op 24 Januari. Ook graaf Lodewijk, Hoogstraten, Van den Bergh, Culemborg, Brederode en anderen werden evenzoo plechtig en vormelijk opgeroepen om voor Alva's rechtbank te verschijnen.

De Prins trachtte nog zijn zoon dadelijk uit Leuven te doen vluchten maar zijn aanwijzing daartoe aan Wiltpergh kwam te laat. Reeds had Alva den jonkman onder protest van Rector, professoren en curatoren der Leuvensche universiteit laten oplichten (15 Febr.) door Juan de Vargas, het beruchte Spaansche lid van den Bloedraad, die met een „non curamus privilegios vestros" over hun protest heenstapte. De jonge vorst werd naar Antwerpen gebracht, onder toézicht van Lodron gesteld en den agaten onder goede bewaking uit Vlissingen naar Spanje gezonden, waar de Koning hem, eveneens onder goede bewaking, voorloopig te Alcala. de Henares verder liet studeeren; "Wiltpergh vergezelde hem en bleef bij hem. Een en ander was geschied volgens den raad van Granvelle.

Thans was de Prins werkelijk balling en van zijn goederen beroofd. Hessen en Saksen, als „nechstverwante blutsfreunde" der Prinses, verbonden zich om hem met vrouw en kinderen en 24 personen te Erfurt te onderhouden. Nog hoopten deze vorsten op 's Keizers hulp en tusschenkomst, ook thans nog, en wendden zich met dringende vertoogen tot dezen, die inderdaad aan den Koning schreef maar daarmede niets kon uitwerken. Naar Engeland zond de Prins zelf zijn stalmeester Tseraerts om Elizabeth in te lichten.

De Prins antwoordde op de indaging eerst 3 Maart van Dillenburg uit met een „Responsive" in den vorm aan den procureur-generaal des Konings: een kort protest, heimelijk te Antwerpen en Brussel overal aan de deurposten bevestigd, tegen de indaging en tegen haren schijnbaar wettelijken vorm als onrechtmatig en daardoor nul en van geener waarde tegenover hem, een Rijksgraaf en Vliesridder, ook tegen de onwettige oplichting van zijn zoon en tegen de competentie van Alva in het algemeen. Een tweede protest bij Alva zeiven volgde. Evenals graaf Lodewijk, Hoogstraten en anderen stelde hij bovendien een uitvoerige „Justification" samen, die hij, ook op raad van Hessen, in April uitgaf.

Sluiten