Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lodron en d'Avila verrast. Villers trok in wanorde terug naar Daelhem maar zijn legertje werd (25 April) gemakkelijk uiteengejaagd en grootendeels vernietigd; hijzelf viel den vijand in handen en werd naar Brussel gevoerd, waarop ook Van den Bergh Weert moest verlaten en ook diens benden uiteenliepen. Villers' bekentenissen, vóór zijn dood door beulshanden, brachten vrij wat aan den dag omtrent 's Prinsen plannen en betrekkingen met Condé, met de Duitsche vorsten, zelfs met koningin Elizabeth. Ook een in Picardië voorbereide onderneming van een aantal Hugenoten onder leiding van den heer De Cocqueville, waarbij zich De Hames en andere Waalsche edelen van het Compromis hadden aangesloten, werd, nog voordat zij Artois was binnengevallen, bij St. Valéry door de Fransche regeeringstroepen onder maarschalk Dë Cossé overvallen en eveneens zonder moeite uiteengejaagd; vele Nederlandsche deelnemers vonden hier den dood; Cocqueville, gevangen genomen, moest zijn opzet boeten met zijn hoofd.

Deze beide ondernemingen waren dus mislukt, nog vóór zij feitelijk Nederlandsch gebied hadden bereikt. Anders ging het met de ongeveer te gelijk begonnen onderneming van graaf Lodewijk en graaf Adolf, waartoe dezen 4000 man Duitschers met een aantal uitgewekenen in het vriendschappelijk gezinde Oostfriesland aan de Eems hadden bijeengebracht. Den 24sten April overschreden zij in de buurt van Wedde de Eems en vielen in Groningerland, waar aanstonds vele gewapende Friezen en Groningers zich bij hun leger aansloten, zoodat zij weldra over meer dan 8000 man konden beschikken. De stadhouder Aremberg, inderhaast uit Brussel toegesneld met 2500 Duitschers en 1500 Spaansche veteranen, trok hen te gemoet en viel hen (23 Mei) bij Heiligerlee aan zonder te wachten op de onder Megen uit het Zuiden naar Groningen getrokken versterkingen. De slag werd een schitterende zegepraal voor graaf Lodewijk, al viel de pas 22-jarige graaf Adolf in een handgemeen met de soldaten van Aremberg, die even later ook sneuvelde. Na de zegepraal trok Lodewijk niet naar Friesland om van daar naar Holland over te steken en het in opstand te brengen of anders zich' in Delfzijl of Appingedam te nestelen in afwachting van 's Prinsen gehoopte eigen successen in Brabant, zooals deze hem geraden had door Marnix van St. Aldegonde, die met een „avis" naar Lodewijk gezonden was. Hij legerde zich voor Groningen, waar de telaatgekomen Megen de leiding op zich had genomen. Hij bleef er, in Juni bijgestaan

Sluiten