Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar naar het belangrijke Leuven, dat hij tegen een aanval wilde beschermen. Oranje van zijn kant vereenigde zich den 2 2sten met Genlis, die hem evenwel slechts 800 ruiters en 1500 voetknechten medebracht benevens een bandeloozen hoop halfgewapenden, vrouwen én kinderen.

Reeds begonnen geld, voedsel en kleeding zijn benden meer en meer te begeven; van de verwachte sommen uit Holland en Engeland kwam slechts een klein deel binnen. In 's Prinsen leger heerschte op het eind der maand October een onbeschrijfelijke ellende en wanorde. Men meende echter nog, dat hij thans op Brussel zou aantrekken, en Alva begon ook deze stad met zijn troepen te dekken, bezette Thienen sterk en trachtte Diest, welke,stad Oranje toebehoord had, eveneens in bezit te nemen; maar Diest weigerde zijn garnizoen en verklaarde alleen Oranje als heer te erkennen. De Prins zag in, dat hij zijn onbetaalde soldaten niet langer in toom zou kunnen houden. Hij deed nog een poging om Thienen te bemachtigen en waagde een aanval op Luik om van daar over de Maas veilig terug te trekken. Hij kwam 3 November voor die stad en eischte ze op. Maar de bisschop weigerde de overgave en Alva, die met 's bisschops toestemming Hoei Nreeds door Mondragon had laten bezetten om den weg langs de Maas naar Frankrijk af te snijden, snelde toé, zoodat van een formeele belegering van Luik geen sprake meer kon zijn.

Oranje besloot toen naar Frankrijk af te trekken om er met de Hugenoten in nadere verbinding te treden en zoo den winter door te komen. Zijn bandelooze troepen plunderden en brandden wat zij tegenkwamen, terwijl zij zich dwars door zuidelijk Brabant naar Henegouwen voortbewogen, waar Alva de voornaamste plaatsen eveneens sterk bezet had en nu weder Oranje van nabij volgde, steeds slechts een dagmarsch van hem af, met zijn voorhoede Oranje's achterhoede voortdurend kwellend en voortdrijvend. In betrekkelijk snelle marschen trok Oranje door Henegouwen naar het hem welbekende Cateau-Cambresis,in welks nabijheid hij bij Quesnoy nog een aanval van dAvila met voordeel afsloeg en den i7den November Fransch grondgebied bereikte. Hij legerde zich bij St. Quentin, waarheen Alva hem niet kon volgen zonder vergunning der Fransche regeering.

Alva had op denzelfden i7<ien November Cateau-Cambresis bezet. De veldtocht in de Nederlanden was daarmede afgeloopen en een maand later kon Alva in Brussel zijn zegevierenden intocht houden,

Sluiten