Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over de Moezel naar den Elzas te trekken. Den i3den Tanuari ,<6n verliet hij eindelijk het Fransche grondgebied met een dLkbXigS aan konmg Karei IX. Hij was ,5 Januari bij Saarburg en liet daarnf

iTerT°« ^ ^ nikkCn' ee" Frans<*

leger onder den hertog van Aumale hem steè"ds op de htelen volgde

Zelf ziek en met in staat om zijn muitende en plunderende troepen in toom te houden, verscheen hij 8 Febr. in Straatsburg, waar men hem en zyn voornaamste aanvoerders met wantrouwen opnam, steeds vreezend voor een aanslag der rondzwervende krijgsknechten. Hij verkocht er zijn geschut, verpandde er zijn in den veldtocht medegenomen zilverwerk en kostbaarheden, waaronder fraaie oude Nassausche tapijten vermoedelijk uit Breda medegevoerd, maar kon met het verkregen geld zijn troepen nog niet tevreden stellen en de Keizer drong ernstig-

lanlrrnr Vf^ " «<* *««

anger met zyn krygsvolk lastig te vallen. Eindelijk, door zijn huurlingen in zijn persoon bedreigd, vluchtte hij eind Februari in een bootje over den Rljn naar Heidelberg en kort daarop van daar naar het oude stamslot terug. Dat was het einde. Hij wasMn de scha ting zijne vnenden en vijanden verloren. Granvelle beklaagde spottend den !armen moeiden Prins»; men noemde hem thans een „dood man», zonderTn" vloed zonder crediet en ook vrienden als Languet oordeelden: „periif Het was in deze dagen, dat op de wijze van een hugenootsch ruiter-' hed over het beleg van Chartres, een nog onbekende dichter uit nn naaste omgeving het Wilhelmus samenstelde, het heerlijke lied, dat met den .naam des Prinsen onafscheidelijk verbonden is, iet lied van den „Prince van Orangien» „vry, onverveert", „Wilhelmus van Nas"

Z»' Het" ch yMCÏnvb^et"' "d6n Vad6rlant *etr°™e" ■« doot . Het „chnstehck hedt" spreekt van nederlaag, „wederspoet" en

beproeving gelijk „David moeste vluchten voor Saui den Tyran- het

spreekt yan het „Edel Neerlandt soet», dat thans „de Spaengiaerts

r ™ r xen tiid'dat °ranje -met (z)ynes "

slag „van den Tyran vermeten» bij Maastricht had „verwacht», van zyn wensch om te „keeren van U dit swaer tempeest», van zijn weemoedig „oorlof aan de „arme schapen, die zyt in grooter noot". Maar het spreekt ook profetisch van hoop op de toekomst, als hij, Oranje

ónll ,erkCeren m ^nen Reeiment": -ly* U myn ondersaeten, dié oprecht zyt van aert, Godt sal U niet verlaten, al zyt ghy nu beswaert».

'4

Sluiten