Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TIENDE HOOFDSTUK.

ONDER GEUZEN EN HUGENOTEN.

Oranje was in 1569 feitelijk teruggebracht tot den rang van een Duitschen condottiere, een bendehoofd zooals er zoo velen waren in dien tijd. Zijn toekomst lag in zijn goed zwaard. Maar twee dingen verhieven hem toch boven dien rang: zijn prinsdom Oranje, souverein eigendom van den erfgenaam der Chaïons, dat hem, klein als het was, ten minste de rechten van een onafhankelijk vorst verzekerde; zijn verleden in de Nederlanden, dat hem nog altijd maakte tot middelpunt der hoop en verwachting van duizenden uitgewekenen, bereid als hij bleef om tegen Alva te land of ter zee iedere kans te wagen, van duizenden achtergeblevenen, die zich sidderend bogen voor den wreeden overwinnaar of in heimelijke hoop leefden op beter dagen, op OranjVs vindingrijkheid en gebleken ..volharding.

Op hulp der Duitsche vorsten kon hij voorloopig niet rekenen. Keizer Maximiliaan, die nog in het late najaar volgens zijn belofte, op raad van Schwendi, aartshertog Karei naar Madrid had gezonden en den Koning uit naam van het Rijk had gewezen op zijn plichten tegenover de Nederlanden, op de handhaving der privilegiën en de wenscheHjkheid om met Oranje tot een vergeüjk te komen, trok zich na diens nederlaag terug en toonde blijkbare toenadering tot den Koning. Philips was ten gevolge van den met geheimzinnigheid omringden dood van zijn zoon, don Carlos (24 Juli 1568), en daarna van zijn jonge Fransche gemalin voor den Oostenrijkschen tak der Habsburgers een bron van groote verwachtingen in een misschien niet ver verwijderde toekomst geworden.

Sluiten