Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Oranje was na den deerlijken afloop van zijn grooten krijgstocht aanvankelijk naar Dillenburg gevlucht. Men gevoelde zich daar echter volstrekt niet veilig voor een plotselingen aanval van Alva, wiens bedoelingen ten opzichte van sommige Duitsche vorsten allerminst vertrouwd werden. Hij had daarom besloten zich bij het leger van den hertog van Paltz-Zweibrücken aan te sluiten en de Hugenoten in zuidwestelijk Frankrijk te gaan helpen.

Dezen hadden onder leiding van Condé en Coligny te La Rochelle het middelpunt van een nieuw verzet tegen het Fransche hof gevestigd, zich nauw verbonden met de hugenootsche koningin-weduwe Jeanne van Navarre, regentes voor haren veelbelovenden jeugdigen zoon Hendrik, en, rekenend op Engelsche en Duitsche hulp, opniéuw de vaan van den opstand geplant. Inderdaad heeft hertog Wolfgang van Zweibrücken reeds 22 Februari met 7000 ruiters en 6000 landsknechten den Rijn overschreden en is langzaam door den Beneden-Elzas voortgetrokken naar Frankrijk. Maar bij Jarnac viel Condé den 13den Maart, lang voordat hertog Wolfgang den Hugenoten in het zuidoosten de hand had kunnen reiken.

Oranje, reeds in Februari herhaaldelijk en dringend door de leiders der Hugenoten aangezocht om met Duitsche troepen tot hen te komen, was toen, wegens verschillen met hertog Wolfgang over het opperbevel bij den gezamenlijk te ondernemen tocht naar de Loire en den onwil van de meeste zijner krijgsknechten om weder naar Frankrijk te trekken, in de onmogelijkheid geweest aan hun dringende verzoeken te voldoen. Met eenige honderden ruiters slechts ging hij nog in Maart 1569 op weg van Dillenburg uit, waar hij dus slechts een paar weken had kunnen vertoeven. Zijn broeders Lodewijk en Hendrik vergezelden hem en wij vinden hem 4 April te Jussey in Nivefnais, van waar hij de koningin van Navarre meldt, dat hij weldra bij'haar zal zijn om met Condé en Coligny samen te werken. Hij en de zijnen vormden de voorhoede van het Duitsche leger; overigens traden de Nassau's slechts op als gewone edellieden bij hertog Wolfgang, met wien zij na een langen en ge vaar vollen tocht door Midden-Frankrijk bij het veroverde La Charité de Loire overschreden, in het gezicht van het koninklijke leger onder Aumale. Een aan de Duitsche ruiters in dienst van Karei IX gerichte heftige proclamatie, ook uit Orapje's naam uitgevaardigd en hen oproepend om 's Konings vanen en die van den „démon", den

Sluiten