Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wilde Watergeuzen, meestal uitgeweken Hollandsche en Zeeuwsche zeelui en Waalsche kolenbranders, tot een min of meer geregelde zeemacht, waarmede hij de Spanjaarden aan de kusten van Frankrijk en in de Noordzee dacht te bestoken. Hij maakte daarbij gebruik van de goede diensten van een der bekendste deelnemers aan het Compromis: den heer van Dolhain, den artesischen edelman, dien hij in den zomer} van 1568 had belast met het inzamelen van gelden in Engeland en de vertegenwoordiging zijner belangen bij de Engelsche regeering.- De verhouding van Engeland tot Spanje werd wegens bescherming of ten minste oogluikend toelaten der zeeroovers in de Engelsche havens in dezen tijd zeer gespannen. Ofschoon koningin Elizabeth ten slotte volhardde bij hare voorzichtige staatkunde ten opzichte van de Nederlanden, uit vrees voor een verbinding der Engelsche en Schotsche Katholieken met Alva, die zeer wel in staat geacht werd thans een onderneming tegen Engeland te wagen, bleef zij, ondanks de krachtige protesten van den Spaanschen gezant, de Watergeuzen heimelijk begunstigen of ten minste in hare havens toelaten, omdat zij iedere verzwakking der macht van Spanje moest wenschen.

Dolhain maakte daarvan gebruik om, met een commissie van Oranje als admiraal voorzien, in den mond van de Theems een aantal schepen uit te rusten, waarop onder hem vermetele aanvoerders als Lancelot, bastaard van Brederode, Albrecht- van Egmond, Barthold Entens van Mentheda, Ruychaver, Utenhove, Hembyze e. a. de Watergeuzen kommandeerden. Het was echter weinig beter dan een „schuy msel van boeven en rabauwen", dat hij onder zijn bevel had en waarmede hij, wel verre van .eên ernstige onderneming tot verovering van Enkhuizen of een andere zeestad in de Nederlanden te kunnen volbrengen, weinig anders kon uitrichten dan zeerooverij en die hij oók zoo nauwelijks in bedwang kon houden. Voorloopig deden deze zeeroovers de zaak van den Prins zelfs meer kwaad dan goed en de buit, dien zij behaalden, bleef bijna geheel in hunne eigene handen, zonder dat hij er eenig voordeel van had.

Meer scheen te wachten van een nieuwen directen aanval op de Nederlanden door Oranje zeiven, die misschien met hugenootsche hulp nogmaals in Duitschland een leger op de been zou kunnen brengen. Hij verliet daartoe in overleg met de hugenootsche aanvoerders hun leger een paar dagen vóór hunne verpletterende nederlaag bij Montcor.tour

Sluiten