Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dreigde de rijksban of eenig ander dwangmiddel, als hij niet aan zijn verplichtingen voldeed, wat trouwens zijn schuldeischers ook al niet veel opleveren zou. Wat kon hij hun thans anders aanbieden dan „seinen eigenen Leib, den ihm Gott gegeben"? Eenig geld en zilverwerk uit zHtf kapel te Breda stond nog in een ouden koffer te Dillenburg. Meer bezat hij niet.

Hoe was de schitterende Vliesridder, zoo misschien niet de allereerste dan toch een der eerste Bourgondische edellieden, de rijke erfgenaam der Nassau's en Oranjes, gedaald van het hooge standpunt door hem ingenomen! Als een berooid zwerveling, genadebrood etend bij vrienden en verwanten, als een onophoudelijk opgejaagd bankroetier, zich verbergend voor zijn vijanden en schuldeischers, gescheiden van zijn gezin, -verbannen uit de Nederlanden, vervallen verklaard van bijna al zijn bezittingen, ieder oogenblik gevaar loopend om als een vogelvrij verklaarde ook uit het Duitsche Rijk te worden verdreven, doolde hij thans rond, zijn vijanden ten spot, zijn vrienden tot droefheid. In dezen wanhopigen toestand heeft hij eindelijk kracht en troost gevonden in den godsdienst, die vroeger niet veel meer dan een maatschappelijke vorm voor hem geweest was doch thans zijn ziel had gegrepen en hem vol vertrouwen zijn lot in God's hakd had doen leggen, hem bezielde tot woorden en gedachten, die vroeger te vergeefs in zijn brieven zouden worden gezocht. Het zware ongeluk had ook hem gelouterd, gelijk zoovelen voor en na hem, en hem ondanks allen tegenspoed vertrouwen geschonken op de toekomst^

Te midden van alle teleurstellingen en bezwaren bleef hij zinnen op middelen tot herstel van zijn op zijn 36-jarigen leeftijd zoo zwaar getroffen geluk, bleef hij letten op alle kansen, alle mogelijkheden, die zich voordeden zoo in de Nederlanden als elders.

In de Nederlanden schenen die kansen thans evenwel al zeer gering. Alva, zegevierend teruggekeerd uit den veldtocht tegen Oranje, had in de citadel van Antwerpen uit het brons der bij Jemmingen veroverde kanonnen een standbeeld voor zichzelven laten oprichten, aan welks voeten een lichaam met twee koppen zich kromde, den Nederlandschen adel en het oproerige volk voorstellend. Hij heerschte oppermachtig en tyranniek en zette den Bloedraad aan tot steeds grooter strengheid. Die overmatige strengheid en aanmatiging wekten echter verbittering en ergernis, zelfs aan het Spaansche hof, bij Granvelle en zijn

Sluiten