Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om ons weder by zulcken gevaer te stellen*. Maar wat in 1568 den Prins nog mogelijk had geschenen, was na zijn droevige nederlaag bijna onmogelijk te achten: doffe berusting in Alva's tirannie was thans de algemeene stemming des volks en Alva maakte zich gereed om daarvan gebruik te maken. Hij dacht door het opleggen van lasten als den Tienden Penning, het bijeenbrengen van alle rechten en privilegiën met het oog op de samenstelling van algemeen geldige wetboeken, de nauwe verbinding te bewerken van alle Nederlanden tot een koninkrijk, geregeerd volgens streng monarchale inzichten. Zoo dacht hij de politiek-religieuse doeleinden van zijn Koning te bereiken, de idealen van diens Bourgondische vaderen eindelijk te verwezenlijken. Vooral de Tiende Penning wekte algemeene verontwaardiging en verzet tegen de Regeering. De voorgenomen heffing daarvan heeft meer dan iets anders, meer zelfs dan de religie, toegebracht tot een opstandige stemming in de Nederlanden.

Doch er waren in de Nederlanden zoo goed als daarbuiten nog mannen, die niet aan hun vaderland wanhoopten, en de Prins wist ze te vinden gelijk zij hem wisten te vinden om heimelijk met hem te overleggen, wat er toch nog gedaan zou kunnen worden. Uitgewekenen als Sonoy en Wesenbeke, welken laatste de Prins in het voorjaar van 1570 tot zijn raad verhief, hadden den moed niet verloren en achtten het mogelijk in geheim nader overleg te treden met sómmige invloedrijke personen in 's Prinsen voormalige gouvernementen over een nieuwe ónderneming, die zou kunnen worden gewaagd. Reeds in Januari vervoegde zich te Arnstadt in diep geheim bij hem de bekwame en heimelijk calvinistisch gezinde Paulus Buys, pensionaris van Leiden, die met een commissie uit de Staten van Holland in December te Brussel was geweest en hem thans persoonlijk inlichtte omtrent de gezindheid der Statenvergaderingen, de „humeuren" des volks en den toestand des lands. Buys moet gesproken hebben van de toenemende onrust en ontevredenheid onder de bevolking, onder welke zich nog vele feitelijk protestantsch gezinden bevonden, al was de groote, overgroote meerderheid zeker nog roomsch, van de kansen op medewerking van die zijde, als de Prins ditmaal in zijn oude gouvernementen iets wilde ondernemen.

De Prins toonde zich bereid... mits hem de noodige fondsen werden verstrekt om troepen op de been te brengen en de in 1568 gemaakte schulden af te betalen. Nadat hij tot zijn oude schuldeischers te Frankfort

Sluiten