Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de goede orde op de schepen, zou doen handhaven, geregelde godsdienstoefening voorschreef om schippers en bemanning in de gewenschte „christelijke zedigheid* op te leiden en de verdeeling van den buit tusschen de scheepslieden en den Prins aan vaste regels zou binden. Dat aan die „zedigheid" vrij'^wat had ontbroken, blijkt uit menig feit: in het vroege voorjaar van 1570 b.v. gingen bij een Geuzentocht uit La Rochelle het admiraalschip en drie groote vliebooten onder ten gevolge van „nonchalance, yvroignerie et grand désordre".

Maar van deze regeling op papier kwam nog weinig resultaat te 'voorschijn, hoe groot de verwachtingen aanvankelijk ook waren. Lumbres stond wel met graaf Lodewijk, die thans te La Rochelle zijn hoofdkwartier had en zich in den Hugenotenkring als vertrouwd medewerker van Coligny bijzonder bleef onderscheiden, in nauwe betrekking, maar zijn Watergeuzen bleven hun rooftochten op de Noordzee en in het Kanaal voortzetten en van geregelde oorlogvoering met hunne hulp was geen sprake. Hunne medewerking beloofde weinig voor de groote plannen tot een ernstigen aanval op Nederlandsche havens en kusten, welke plannen in den zomer van 1570 vasteren vorm aannamen, sedert graaf Lodewijk de algemeene leiding ervan in handen had gekregen.

Een zeer geheime zending van den vermetelen Wesenbeke zeiven naar de Nederlanden zou intusschen in Holland, Utrecht, Gelderland, Overijsel „in aller stilheyt" 's Prinsen vrienden en aanhangers bemoe■ digen, de geldinzameling ook daar regelen en Wesenbeke de gelegenheid tot het bemachtigen van sommige belangrijke steden nader doen onderzoeken. Hij vertrok 1 Juli 1570 uit Dilllenburg en kwam reeds in den morgen van 5 Juli, nu eens per wagen, dan te scheep langs den Rijn, ook wel te voet, dag en nacht doorreizend, bij Adriaan van Swieten op diens kasteel bij Leiden aan. Hij won er allerlei berichten in omtrent de gezindheid van de voornaamste Hollandsche steden en de daar te wachten kansen en keerde daarna terug naar Emmerik. Ook uit Breda, Zevenbergen, Harderwijk, Elburg, Nijmegen, Zutphen, Deventer, Groningen verzamelde hij belangrijke berichten, vooral door middel van den Gelderschen schipper Hendrik Wessels. Dergelijke berichten bracht ook de thans te Keulen woonachtige Utrechtsche Calvinist Dirk Cater tot zijn kennis. Een geheime code, waarin plaatsen en personen door verdichte namen uit de Grieksche godenwereld waren aangeduid, werd

Sluiten