Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Unico Manninga, ernstig had gewaarschuwd in verband met de ongunstige stemming op den rijksdag te Spiers tegenover Oranje's zeeroovende manschap. De Watergeuzen zeilden eindelijk wel uit Oostfriesland naar de Wadden-eilanden, namen Ameland in bezit, liepen het Vlie in en bedreigden Texel maar zonder eenig onderling verband en Sonoy waagde het nog niet Enkhuizen aan te vallen.

Er is toch een ernstig begin met de zaak gemaakt. De Ruyter heeft den oden December met enkele bijeengeraapte medestanders werkelijk Loevestein verrast; den i3<ien zou Wessels met Deventer volgen; Van den Bergh zou tegelijk bij Ulft met een paar duizend man in het Geldersche vallen; dan zouden achtereenvolgens allerlei steden in het Noorden opstaan. Het bericht der verrassing van Loevestein bereikte den Prins, die half December Dillenburg verlaten had om zich eveneens naar het Geldersche te begeven en zich thans te Freudénberg bij Siegen bevond, den 20*01; hij wachtte slechts op Wessels' bericht omtrent Deventer om toe te snellen.

Maar de bittere teleurstelling kwam spoedig. Loevestein werd den ioden door de Spanjaarden heroverd en De Ruyter kwam met de zijnen om; de aanslag op Deventer mislukte; Van den Bergh deed niets. De Prins wachtte nog vol spanning eenige dagen te Freudénberg maar het succes bleef uit en den ^sten moest hij te Siegen Wessels' slechte berichten vernemen. Hij wanhoopte thans aan de verdere ondernemingen, ontsloeg de 3000 ruiters, die hij reeds had bijeengebracht, en gaf de zaak op, bezorgd voor het lot van hen, die zich onnut hadden blootgesteld. Dienzelfden dag meldt hij aan graaf Johan, dat hij naar Dillenburg terugkomt om met hem te raadplegen over het afzeggen der reeds beloofde hulp van bekende Duitsche aanvoerders. Wesenbeke leidde te Wezel nog zooveel mogelijk de betaling der reeds gemaakte kosten, bracht zijn papieren in veiligheid en zorgde ervoor zich en zijn medestanders voorloopig niet al te zeer in gevaar te brengen.

De groote plannen van 1570 waren alzoo op niets uitgeloopen, al was er nog diep in het volgende jaar sprake van ondernemingen op sommige Hollandsche steden, waarvan de Prins intusschen weinig verwachting had zoolang men het aan de benoodigde geldsommen voor het bijeenbrengen van een leger liet ontbreken.

Het was in deze dagen, dat de Prins weder te beschikken kreeg over de hulp van een even trouwen maar bekwameren dienaar dan

Sluiten