Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■ Oranje had in deze dagen ook persoonlijk den steun van een vertrouwden helper als Marnix wel noodig. Zijn verhouding tot zijn gemalin, die zich nog steeds te Keulen ophield, was er niet beter op geworden. Er was soms sprake van, dat zij naar Dillenburg of een ander Nassausch slot zou komen, dan weder, dat zij zich in Hessen of Saksen zou vestigen. In April 1570 klaagt zij bitter, dat hij haar zonder geld laat; zij weigert tot hem te gaan, onder allerlei verwijten en klachten over hemzelven en zijn broeders, in wier kasteelen zij geen voet meer wil zetten. Hij roept de hulp in van landgraaf Wilhelm van Hessen, haren oom, om haar tot haren plicht te brengen en haar te doen ophouden met „tant de folies" en met de „oulfrageuses parolles", die zij hem telkens toewerpt. De landgraaf zond haar eindelijk wat geld en een paar bedienden, waarop zij zich in den voorzomer van 1570 naar Giessen en Marburg begaf, terwijl de Prins zich weder in zijn woning te Arnstadt bevond. Weldra echter was zij weder te Keulen, waar zij kennis- maakte met den gewezen Antwerpschen schepen Jan Rubens,.die met zijn gezin daarheen was gevlucht en als geleerd Calvinist bekend stond. Die kennismaking leidde bij zijn dagelijksche bezoeken aan de Prinses tot een intieme iverhouding, waarin de ongelukkige vrouw zich ten eenenmale vergat zooals uit tal van stukken blijkt. De schuldige echtbreker werd in Maart 1571 gevat te Siegen, waar hij den Prins had bezocht, eerst te Siegen, daarna te Dillenburg opgesloten en bekende, evenals ten slbtte ook de Prinses zelve, die aanvankelijk heftig ontkend had. Rubens?werd tot Mei 1573 in een kerker op den slothof te Dillenburg in strenge gevangenschap gehouden, ondanks de hartstochtelijke smeekbeden zijner diep gekrenkte vrouw, die niet afliet vergiffenis voor hem te vragen. Na zijn vrijlating vestigde hij zich met zijn gezin eerst te Siegen, daarna weder te Keulen, waar hem in 1577 zijn beroemde zoon, de schilder Petrus Paulus, werd. geboren.

De Prinses beviel in Augustus 1571 te Siegen van een dochter, Christina van Dietz, de vrucht harer verboden liefde. Zij bleef nog ruin» een jaar, meestal klagend en scheldend, soms echter vol berouw, te Siegen en werd in September 1572 in overleg met hare Saksische en Hessische verwanten naar Beilstein overgebracht, waar zij op 2 Oct. 1573 nogmaals een volledige bekentenis aflegde voor commissarissen van Saksen en Hessen. Aanvallen van drankzucht en woede vertoonden

Sluiten