Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden hernieuwd; te Dillenburg verschijnen tekens weder geheime agenten bij den Prins om te spreken oVer eventueele aanslagen op Nederlandsche steden. Een en ander bleef voor den werkzamen en goed ingelichten Spaanschen gezant te Parijs, Alava, geen absoluut geheim en Alva zelf begon maatregelen te nemen om den verwachten aanval af te werén, daar reeds hier en daar Hugenootsche benden zich dicht bij de Nederlandsche grenzen begonnen te verzamelen.

Eindelijk kwam op verlangen van koning Karei in Juli graaf Lodewijk heimelijk naar Parijs, waar Lumbres en een aantal voormalige leden van het Compromis met hem beraadslaagden, alvorens hij bij den Koning zou worden toegelaten. Karei IX ontving hem en Coligny op 14 Juli te Lumigny en Brie, waar hij jaagde, en hield met hen beiden een lange samenkomst, weldra gevolgd door een nog belangrijker bijeenkomst met enkele hugenootsche hoofden (27 tot 30 Juli) te Fontainebleau. Graaf Lodewijk zette er den Koning persoonlijk uiteen, hoe het in de Nederlanden stond en welk voordeel Frankrijk uit Oranje's hulp zou kunnen trekken, terwijl hij met nadruk wees op mogelijke samenwerking met Engeland en de Duitsche vorsten, op den steun zelfs van den groothertog van Toscane, wiens agent Fregoso een belangrijk aandeel had in deze plannen. Karei IX bleek met dit alles zeer ingenomen en graaf Lodewijk begon bij Walsingham nu nader aan te dringen op vaste toezeggingen van Engelsche zijde.

Maar thans kwam Alva heftig protesteeren tegen deze overleggingen met Watergeuzen en ballingen door een bevriende regeering en dit protest zoowel als geldverlegenheid en de spoedig gebleken lauwe gezindheid van den voorzichtigen Burleigh deed weldra de oogenblikkelijke uitvoering der plannen uitstellen. Zij waren intusschen reeds ver gevorderd en • graaf Lodewijk, die door middel van den dubbelen spion Antoine Ollivier, voormalig dienaar van Egmond, Alava's brieven aan Alva geregeld las, liet niet af te doen uitkomen, hoe zoowel Frankrijk en Engeland als Duitschland er voordeel bij konden hebben: gelukte het, dan zouden Vlaanderen'en Artois weder als vanouds aan de Fransche kroon worden gehecht, Holland en Zeeland onder Engelschën invloed worden gebracht gelijk in de dagen van Eduard III, de oude Duitsche gewesten, van Brabant, Namen en Luxemburg tot Gelderland, Utrecht en Friesland toe, weder definitief tot het Duitsche Rijk terugkeeren onder bestuur van Oranje, die ook in Holland en Zeeland de regeering zou voeren.

Sluiten