Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men heeft dit „verdeelingsplan" soms opgevat als een ernstig1 misdrijf van Oranje en zijn broeder tegen de eenheid der Nederlandsche gewesten, als verraad aan de Nederlandsche zaak. Men vergat daarbij, dat er nog geen Nederlandsche staat bestond en dat de leenroerigheid van Vlaanderen en Artois aan Frankrijk slechts sedert een paar tientallen jaren voorgoed had opgehouden, terwijl die van de Nederlandsche gewesten aan het Duitsche Rijk nog in 1548 was bevestigd. De groote zaak was, hoe men die gewesten uit de handen van Alva, van Spanje, zou losmaken. Maar het blijkt bovendien uit de Mémoires van Walsingham, de voorname bron van deze dingen, volstrekt niet, dat Oranje zelf uitdrukkelijk in dit plan heeft toegestemd, al was graaf Lodewijk de voorsteller. Integendeel, over dezen zelfden tijd zegt Oranjes vertrouweling Marnix, dat deze het overdragen van het land aan «vreemde potentaten" „op dit pas niet doenlijk" achtte.

Geheel echter waren in Augustus 1571 die plannen aan het Fransche hof volstrekt niet ter zijde gesteld. Te Blois, waarheen het hof zich in den nazomer had begeven en waar ook graaf Lodewijk zich weder ophield, verscheen in September wederom Coligny zelf, vergezeld van een aantal voorname Hugenoten. Coligny kwam in deze dagen bij den Koning in hooge gunst te staan en werd zelfs opgenomen in diens Raad. Hij en graaf Lodewijk bereidden in overleg met den Koning in het najaar in diep geheim den besproken gemeenschappelijken aanval van Fransche en Duitsche zijde op de Nederlanden voor. Oranje zou daaraan met de Watergeuzen en met een in Duitschland op de been te brengen leger deelnemen. Ook de calvinistische predikant Du Jon, die in November 1565 het Compromis als het ware ingezegend had, speelde er een rol in als tusschenpersoon tusschen Karei IX en den keurvorst van de Paltz, terwijl de Duitsche ruiteroverste Schomberg namens den Koning de keurvorsten van Saksen en Brandenburg bezocht en Oranje te Dillenburg door den jongen Hugenoot Du PlessisMornay van 's Konings goede gezindheid werd verzekerd.

De listige koningin-moeder Catherina de Medicis, die van de Hugenoten niets weten wilde, en de streng-katholieke Spaanschgezinde Guises wisten Karei IX intusschen van verdere stappen te weerhouden en Coligny verliet het hof in November zonder veel meer te hebben bereikt dan halve beloften en losse verzekeringen. Graaf Lodewijk echter, die bij de hugenootsche Jeanne d'Albret, koningin-moeder van

Sluiten