Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is werkelijk in October 1571 te Emden geopend maar van toenadering tot de Lutherschen hebben de deelnemers ook nu niet willen weten, wél van onderlinge aaneensluiting. De beraadslagingen der synode hebben zich verder beperkt tot zuiver kerkelijke aangelegenheden; de militaire en staatkundige plannen, die de Prins er had willen doen behandelen tot steun van zijn voorgenomen inval, zijn er niet behandeld; Marnix zelf is er ook niet verschenen. Maar toch is op den Rijksdag inderdaad een apologie der uitgewekenen aangeboden, die den geest van toenadering tot de Augsburgsche confessie ademt.

De stemming in de Nederlanden tegenover de willekeurige handelingen van Alva, vooral tegenover diens pogingen om door het heffen van den Tienden Penning van allen verkoop de koninklijke schatkist te stijven, was in den loop van 1571 steeds ongunstiger geworden. De oude plannen van Wesenbeke, die zich aan den Neder-Rijrt bleef ophouden en er nog in Juli 1571 met de ontvangst van ingekomen gelden werd belast, • werden voorzichtig weder ter hand genomen met alle voorbehoud ■ omtrent het succes. De al te groote lichtgeloovigheid van Wesenbeke werd telkens door den Prins berispt en zijn berichten schenen dezen dikwijls het geld voor den bode niet waard. Te Dillenburg kwamen weder herhaaldelijk personen uit de Nederlanden overleggen; Sonoy en de Leidsche oud-schepen Pieter Adriaensz. van der Werff behoorden onder hen en verkregen paspoorten en instructies van den Prins betreffende het bijeenbrengen van gelden door de consistoriën of in Holland zelf. „Hadden wy nu gereet geit, so souden wy metter hulpe Gods wel wat goets hopen uit te richten, want na de tydinge, die. wy van alle oorden bekomen, het nu tyd ware", schrijft Oranje in Febr. 1572 op een toon, waarin zekere bittere teleurstelling over het verzuimen dezer gelegenheid niet te miskennen was. Dat zijn indruk van den toestand in de Nederlanden juist was, bleek plotseling en onverwacht, voor den Prins zoo goed als voor graaf Lodewijk. .

Lumey had in het late najaar van 1571 als Geuzenadmiraal een vrij aanzienlijke scheepsmacht bij Duins en Dover bijeengebracht onder de vlag van den Prins, die de rooversvlaggen op hunne schepen sedert een jaar had vervangen: oranje, wit en blauw. Deze scheepsmacht zou een belangrijke rol hebben te vervullen in het groot» aanvalsplan van graaf Lodewijk. Zij lag er nog in Februari 157a onder voortdurende

Sluiten