Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(20 Juni), Sonoy als*zoodanig in Waterland (20 Aprify, den uit Engeland overgekomen Tseraerts te Vlissingen aangesteld en gezorgd voor eenig wapentuig, waarom Lümey hem dringend had gevraagd. Hij had allen uitdrukkelijk aanbevolen om wel het Calvinisme overal toe te laten, waar het begeerd werd, maar „sonder nochtans te gedogen, dat die van de Roomse kerk'eenig overlast gedaen worde". In zijn brieven verwees de Prins verder naar graaf Lodewijk, die weldra zou komen om de leiding van den opstand in zijn ervaren handen te nemen.

En deze zat niet stil. Terwijl tal van hugenootsche én Engelsche vrijwilligers, hoewel onderling weinig eensgezind en elkander wantrouwend, zich naar Den Briel en Vlissingen begaven, trachtte hij van koning'Karei IX aanstonds krachtiger hulp te verkrijgen. Hij bracht in Picardië met oogluiking van de Fransche regeering hugenootsche benden bijeen, waarvoor hij zijn kostbaarheden verpandde en de hulp van de koningin van Navarre niet te vergeefs inriep. Een groote inval der Hugenoten in de Nederlandsche grensprovinciën Artois, Henegouwen en Vlaanderen stond te wachten; men sprak van 70000 man voetvolk en ruiterij. Bekende Geuzen als Dolhain, Famars, Noyelles, Marquette, Esquerdes zouden met bekende Hugenoten als La Noue, Genlis, Guitry- onder graaf Lodewijk dienen; Coligny zelf zou het hoofd van het beloofde Fransche leger zijn. Half Mei verliet Lodewijk* heimelijk Parijs om met de verrassing van Bergen, de hoofdstad van Henegouwen, de groote onderneming aan te vangen.

Inderdaad gelukte deze verrassing door de list van den spion-schilder Antoine Olivier en 24 Mei bezette graaf Lodewijk met een kleine hugenootsche bende van 1000 man voetvolk en 500 ruiters de aanzienlijke stad; een aanslag op Valenciennes gelukte Ook, maar die stad moest spoedig weder worden opgegeven ; aanslagen op andere grenssteden mislukten. Het sterke Bergen zou de verzamelplaats moeten worden van de Hugenoten, die aanstonds zouden toestroomen; van hier uit Zou een opstand van Mechelen, Dendermonde, Leuven en andere Brabantsche steden worden aangemoedigd; de voortvarende graaf Lodewijk zou zonder dralen met La Noue op Brussel aantrekken en er Alva trachten te verrassen. Hij begon met te trachten geheel Henegouwen tot afval te verleiden en onder den weidscheri titel van „plaatsvervangend landvoogd der Nederlanden" voor zijn broeder op te treden. Maar hij vond bij de bevolking weinig medewerking en de opstand

Sluiten