Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verkeerde, om, nu alle pogingen bij. koning Philips hadden gefaald, „le joug insupportable" van Alva's tyrannie in de Nederlanden te helpen afschudden en den oorlog tegen den „tiran" te beginnen. Nu hem een procés voor een wettige Nederlandsche rechtbank was ontzegd, bleef hem — schreef hij — volgens het „droit écrit" en hét „droit de la nature et des gens", die hij beide reeds zoo dikwijls had ingeroepen, niets anders over dan „repousser la force". Op de beschuldiging van rijksvredebreuk antwoordde hij, dat Alva zelf reeds jaren achtereen den rijksvrede van Augsburg in de Nederlanden had verbroken en dat het niet aanging zich tegenover hem, Oranje, op de rijkswetten te beroepen, zoolang men toeliet, dat Alva ze schond. Hij achtte zich daarom verplicht de erfgewesten des Konings, zijn „trés honoré et trés clément seigneur", te verdédigen tegen Alva's „cruelle et insupportable tyrannie" en deed een beroep op 'sKeizers wijsheid en goedheid, zich aanbevelend in diens bescherming en verdediging.

Zijn inval werd voorafgegaan door een krachtigen, weder door Wesenbeke opgestelden maar buiten weten van den Prins verspreiden oproep tot afval aan de Nederlanders ten behoeve der „heilige onderneming" tegen Alva. Hij kwam over Thienen en Diest, welke steden zich „amiablement" overgaven, voor Leuven, dat zich na eenige aarzeling ook overgaf. Een aanslag op Mechelen in overleg met den daar wonenden Van Dorp, die de bezetting van Mechelen had verlangd om meester te worden van de belangrijkste stukken betreffende het markiezaat van Veere en Vlissingen, gelukte (30 Aug.). Dendermonde, eveneens door Van Dorp bewerkt, en Oudenaarde openden op zijn aanmaning (6 en 7 September) hare poorten voor zijn garnizoenen, maar een poging om Antwerpen te bemachtigen mislukte. Het bericht, dat de kleine steden in Friesland zijn partij hadden gekozen, dat de IJselsteden wankelden en zelfs Leeuwarden en Groningen zich misschien bij hem zouden aansluiten, gaf hem moed. Brussel, in welks onmiddellijke omgeving hij doorgedrongen was maar dat hem de poorten niet opende en den hertog van Aerschot gehoorzaamde, viel hij niet aan.

De plunderingen, waaraan zijn troepen zich voortdurend schuldig maakten, deden echter groot nadeel aan zijn zaak. Daar kwam de „coup de massue" van 24 Augustus, van den Barthoiomeusnacht, die plotseling alle hoop op Fransche hulp in rook deed vervliegen. Coligny, wiens

Sluiten