Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij door middel van Marnix nog aan zijn broeder wist te melden, naar Brabant terug, nog hopend op de hulp der Duitsche vorsten, die ten llotte, meende hij, toch wel moesten begrijpen, dat, als hij en de zijnen, „petits compagnons", eenmaal overwonnen waren, ook zij hunne beurt zouden krijgen „pour saouler 1'avarice et la rage sanglante de ces ennemis de Dieu et de toute justice". Den i8<kn September was hij met zijn steeds onordelijke en plunderende troepen te Mechelen, van waar hij den 21 sten mismoedig zijn terugtocht aan graaf Johan meldde. Hij had er bij zijn intocht het op de markt verzamelde volk aanvurend toegesproken en op zijn slotwoord, waarbij hij de hand had opgeheven en uitgeroepen: „qui m'aysme, fasse le semblable!" had een luid gejuich hem het antwoord gegeven. Maar de dag, waarop hij dien briefschreef, was dezelfde dag, waarop Bergen bezweek voor Alva, die wanhopigen tegenstand bij een bestorming vreesde en daarom den iaden in een capitulatie had toegestemd. Graaf Lodewijk en La Noue mochten de stad met hunne volgelingen verlaten, de eerste ziek en op een draagbaar, bij zijn uittocht eervol bejegend door den overwinnaaar en zijn soldaten. Graaf Lodewijk begaf zich over Maastricht en Roermond naar Dillenburg op weg, naar het gastvrije slot, waar hij op genezing zou wachten.

Oranje had er op gehoopt, dat zijn broeder Bergen nog een dag of tien, twaalf had kunnen houden om hemzelven gelegenheid te geven .Brussel of Antwerpen te bemachtigen en zoo Alva te bewegen het beleg op te geven. Hij is inderdaad van Mechelen, waar hij met hulp van Van Dorp zich van allerlei zaken van waarde meester maakte, noordwaarts getrokken en bevond zich 24 September te Geel, maar weldra bereikte hem hier het bericht van den val van Bergen en hij trok thans met een paar duizend karren vol van den in Brabant bijeengebrachten buit, over Postel en Stamproy voorgoed af naar de Maas. Ook thans gaf zijn krijgsvolk, waarmede verder niets uit te richten viel, zich aan zware plunderingen over en hij was genoodzaakt het (begin October) bij Orsoy en Roermond te ontslaan, terwijl zijn achterhoede de Brabantsche steden ontruimde. Te Roermond, waar de zieke graaf Lodewijk nog vier dagen met hem samen was, hebben beiden overlegd — de laatste maal, dat zij elkander zagen. Besloten werd, dat de Prins zich over Emmerik naar Gelderland en van daar naar Holland zou begeven met een kleinen troep ruiters en voetvolk,

Sluiten