Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Blz.

13. 16. Doop van Wilhelm. Meinardus, 1.1.

13. 17. Juliana's school. Rachfahl, I, S. 141; Jacobs, S. 48 ff. Ook graaf Wilhelm zelf toonde groote belangstelling voor onderwijs.

13. 18. Slot Dillenburg. Annalen des Vereins für Nass. Geschichte, Bd. X (1870),

S. 223 ff., met afbeelding.

14. 19. Uilvoering van het testament van prins Rene'. Vgl. Rachfahl, I, S. 588;

Meinardus, II, I, S. 17; II, 2, S. 49 ff.; Hamant, in Je Maintiendrai, I, blz. 123; Blok, ib. I, blz. 131 vlg.

18. 20. Wilhelm's aankomst in de Nederlanden. Blok. 1.1.; Pontos Heuterus, Rer.

Austr. libri, p. 286; Roest van Limburg, blz. 66. De koets, waarmede de reis uit Nassau gedaan was, werd nog einde der I7de eeuw te Breda bewaard en vertoond.

18. 21. Prinselijke hofhouding. Meinardus, II, 2, S. 59, 85, 105.

18. 22. Steun aan graaf Wilhelm. 12 Juni 1547 zonden de voogden dezen 3000

goudguldens.

igvlr. 23. Opvoeding van Oranje. Blok, in Je Maintiendrai, blz. 133.

19. 24. Aan het hof te Brussel. Blok, ib.; Meinardus, II, I, S. 159, 178; Huizinga,

Herfsttij der Middeleeuwen, blz. 81, wijst op eenige overeenkomst van zijn verhouding tot Karei V met die der „mignons" aan het Fransche hof. ig. 25. Tournooi te Antwerpen. Calvete d'Estrella, El felicissimo viaje de don Felipe, p. 258-.

20. 26. Boekerij. Oranje-Nassau boekerij ('sGravenh. 1898), blz. 6, 18; Froissard ms.

aldaar, n°. 22. Zij viel in 1567 in Alva's handen en werd verkocht of verspreid. 20. 27. Archief. In het Huisarchief is uit het eigenlijke archief van prins Willem I • betrekkelijk zeer weinig bewaard; veel is daarin uit de Nassausche archieven afkomstig en door Groen in de Archives uitgegeven. Een groot deel van 's Prinsen archief is in 1581 te Breda in Spaansche handen gevallen.

20. 28. Karakter. Pontus Payen, Mémoires, I, p. 42; Gachard, Corresp. de Guil-

laume le Taciturne, II, p. III suiv.; Delaborde, Charlotte de Bourbon, p. 77.

21. 29. Opvoeding in Bourgondischen zin. Blok, in Je Maintiendrai, 1.1. blz. 135;

Gioen, Archives, I, p. 199*; Meinardus, II, I, S. 200. Merode stierf in Januari 1550 (Meinardus, 1.1., S. 208); Jérome de Granvelle sneuvelde 1555 voor Béthune. Zijn jongere broeder Frédéric erfde den titel van Champagney; hij speelde na 1572 een groote rol.

22. 30. Huwelijk met Anna van Buren. Meinardus, 1.1. S. 178, 221. Huwelijks¬

contract van 6 Juli 1551: Bijdr. en Meded. Hist. Gen. 1893, blz. 69 vlg. Oranje zeide later, dat zijn schoonvader in diens huis luthersch had laten preeken (Kólligs, Wilhelm von Oranien, S. 17); De la Pise, Histoire des princes d'Orange, p. 266.

Sluiten