Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Blz.

125. 13. Aandrang op. Oranjes komst. Gachard, II, p. 131 suiv.

126. 14. Rijksdag te Augsburg. Groen, II, p. 24.

126. 15. Dood van zijn jongen zoon. Gachard, II, p. 125.

127. 16. Besprekingen van den adel te Brussel. Kaufmann, Über die Anfange des

Bundes der Adlichen (Bonner diss. 1889). 127. 17. Jan van Thoulouze. Elkan,. Johann und Philipp von Marnix, I, S. 12. 127. 18. Over de data: Rachfahl, II, 1, S. (49).

127. 19. Oranje's aandeel aan hel Compromis. Rachfahl, II, 1, S. 568; Justification van 1568, bij Lacroix, Apologie, p. 159 vlg. Vgl. Bakhuizen van den Brink, Cartons, II, blz. 27 vlg.

127. 20. Compromis. Aanwezig waren de beide Marnixen, Dolhain, Charles de

Boisot, Louverval, Corbaron, Lopez, Fleschy, Le Sauvage, Leefdael, De Cocq van Neerijnen.

128. 21. Oranje geraadpleegd. Vgl. brief van De Hames bij Groen, II, p. 35. 128. 22. Hoop op Keizer en Rijk. Rachfahl, II, 1, S. 570.

128. 23. Oranje en de Liga. Rachfahl, 1.1. S. 574.

128. 24. Eindredactie. Lodewijk van Nassau's Apologie 1.1. blz. 215.

128. 25. Plannen der Edelen. Bakhuizen, Cartons, II, blz. 43.

109. 26. Oranje's houding daartegenover. Bakhuizen, Cartons, II, blz. 44 vlg.

131. 27. De landvoogdes ingelicht. Bakhuizen, Cartons, II. blz. 50.

132. 28. Oranje's houding op kerkelijk gebied. Vgl. Allard, in Studiën, XIII, 2, blz.

65 vlg. De katholieke schrijvers onderscheiden gewoonlijk niet tusschen de . verschillende perioden in 's Prinsen godsdienstige ontwikkeling. Zoo vroeger Strada: „religio eius ambigua vel potius nulla". Ten onrechte worden dikwijls officiëele op zijn naam verschenen plakkaten gebruikt om zijn persoonlijke gevoelens te kenschetsen (vgl. Studiën, XXIII, blz. 191, en XXVII, blz. 42; Nuyens, Gesch. der Ned. Beroerten, passim).

133. 29. Besprekingen in den Raad van State. Rachfahl, II, I. S. 588 ff, voor Gachard,

VI, p. 362 suiv.

133. 30. Oranje wil geen inmenging van vreemdelingen. Groen, II, p. 75; Bakhuizen,

Cartons II, blz. 47.

134. ' 31. Aanbieding van het rekest. Groen, II, p. 78. Het aangeboden en geapostil-

leerd teruggegeven ex. ligt in het Huisarchief (Groen, II, p. 80). Het is teekenend, dat het in 's Prinsen archief bewaard is, tenzij het afkomstig mocht zijn uit graaf Lodewijk's nalatenschap. De la Pise zegt p. 339, dat Oranje het stuk had „adoucy".

134. 32. Brederode. Hij logeerde, evenals graaf Lodewijk en de graven van Hoorne en Mansfeld, in Oranje's paleis (Groen, II, p. 92).

!36- 33- Edelen en Liga. Vgl., Rachfahl, 1.1. S. 602.

136. 34. Staten- Generaal. Gachard, VI, p. 374, 386.

Sluiten