Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De „ofhcieele" verklaring zegt er van, dat het doel is, „eene vertegenwoordiging te verschaffen aan alle stroomin„gen en richtingen in het kiezerscorps, welke naar verhouding „van haren invloed op vertegenwoordiging recht hebben", alsmede, „om de vertegenwoordiging van iedere strooming ,,of richting tot stand te brengen in dier voege, dat zij zooveel „mogelijk juist geëvenredigd is aan den invloed, waarover elke ,,strooming of richting te beschikken heeft".

Er wordt dus gebroken met het stelsel, dat — met name — de 100 leden van de Tweede Kamer gekozen worden in 100 kiesdistricten, (in elk district één lid), en waarbij dan 100 maal de minderheid — al was het verschil met de meerderheid slechts één enkele stem — van allen invloed op de samenstelling der Tweede Kamer verstoken bleef.

Het nieuwe stelsel brengt ook in dit opzicht eene groote verbetering. Alle kiezers in den lande werken mede tot de verkiezing van ioo leden der Tweede Kamer ; de stemmen van hen, die anders tot de minderheden zouden behooren en dus waardeloos zouden zijn, worden, wijl de verkiezing niet meer districtsgewijze plaats vindt, samengevoegd en zijn van belangrijken invloed op de winstkans van de sterkere partijen, omdat die samenvoeging het mogelijk maakt, dat zelfs aan kleine politieke partijen een of meer zetels ten deel vallen. Natuurlijk moeten, bij vaststelling van het eindresultaat, toch ten slotte stemmen worden „verwaarloosd", doch dit gevolg is, wanneer de keuze tot een bepaald aantal te kiezen leden is beperkt, nimmer te ontgaan, en is in elk geval door het nieuwe stelsel tot een minimum teruggebracht.

Herstemmingen zullen ook niet meer worden gehouden, en evenmin nieuwe stemmingen, ingeval van tusschentijdsche vacatures.

De „techniek" van het nieuwe stelsel voorkomt dit, en de gewijzigde wetsbepalingen hebben, ingeval van overlijden, bedanken, enz. van een lid, den opvolger reeds aangewezen. Hiermede houdt verband het voorschrift, dat èn de leden van de Tweede Kamer, èn die van de Provinciale Staten, èn die van den Gemeenteraad niet gedeeltelijk — b.v. telkens de helft of een derde — maar allen tegelijk aftreden.

Wat van het huidige kiesstelsel blijft voortleven is : de candidaatstelling, de stemming en de stemdistricten, terwijl als eene nieuwigheid wordt ingevoerd de verdeeling in kieskringen.

Laatstgenoemde komen in de plaats van de kiesdistricten, en hebben daarmede niets gemeen, — al zou men, op den klank afgaande, zulks meenen.

Sluiten