Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Grenzen.

Voor de grenzen dier kringen, alsmede voor de gemeenten, waar de hoofdstembureaux gevestigd zijn, raadplege men verder dê in dezen leiddraad opgenomen tabel A.

Provinciale kieskringen.

Ook de provinciën zijn, voor de verkiezing van leden der Provinciale Staten, in kieskringen verdeeld ; hun aantal houdt verband o. a. met de uitgestrektheid. — Zoo telt Gelderland er 10, Utrecht daarentegen slechts 2 ; de andere provinciën 4, 5, 6, 7, 8 of 9 ; zie daarvoor tabel B (bijlage II), welke tevens aangeeft de gemeenten, tot eiken kieskring behoorende.

Gemeentelijke kieskringen.

Voor de verkiezing van de leden van den Gemeenteraad heeft men kieskringen alléén in gemeenten met meer dan 20.000 zielen, en dan tot een vast getal, n.1. drie.

De grenzen dier kringen worden, na den Gemeenteraad te hebben gehoord, door Gedeputeerde Staten der provincie geregeld.

Daarbij geldt dan het voorschrift, dat iedere kieskring een ongeveer gelijk gedeelte der bevolking (niet van het aantal kiezers/) zal bevatten.

Beteekenis.

De beteekenis der kieskringen, feitelijk slechts van administratieven aard, zal uit het vervolg genoegzaam blijken. — Echter zij hier nog aangeteekend, dat de verdeeling der gemeenten met meer dan 15.000 zielen in 3 kiesDiSTRiCTEN, zooals die vóór 1918 moest geschieden, nog een heel andere strekking had, wat o.a. blijkt uit het (thans vervallen) voorschrift van art. 5 der gemeente-wet, dat de verdeeling der kiesdistricten „en het „getal der in elk district zoo in het geheel als bij elke periodieke „aftreding te kiezen leden" door Gedeputeerde Staten werd geregeld..

§ 3. Stemdistricten.

Elke gemeente, ook die van 20.000 zielen en minder, moet, indien het aantal kiezers de duizend eenigszins te boven gaat, voor eene verkiezing voor de Tweede Kamer en de Provinciale

Sluiten