Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemis van een centraal punt binnen elke gemeente voor hare stemdistricten — somtijds ten getale van 10, 15 of 20 — is te meer bedenkelijk, omdat de taak van het hoofdstembureau daardoor aanmerkelijk wordt verzwaard. .

Nu toch moeten de gegevens van elk stemdistrict op zichzelf bij dat bureau worden ingeleverd, in plaats dat de gegevens dier tot eenzelfde gemeente behoorende stemdistricten aldaar reeds door een „tusschenbureau" verzameld zijn. Ware dat het geval, dan had het hoofdstembureau te maken slechts met zóóvele processen-verbaal als er gemeenten tot den kieskring behooren (in den regel toch nog een respectabel aantal!) en niet met een dubbel- of zelfs nog grooter getal. -

Het moet dan ook betreurd — afgezien nog van het tijdverlies voor de ..jongste leden*' en van de reis- (en verblijfskosten, die natuurlijk voor rekening der gemeenten komen — dat de wetgever niet door eene mildere, althans practischer bepaling den arbeid van het hoofdstembureau in eenen kieskring heeft verlicht.

Na deze uitwijding zij voorts opgemerkt, dat het hoofdstembureau bestaat uit een Voorzitter en vier leden, dus uit een lid meer dan een (gewoon) stembureau.

Die Voorzitter is, weder van rechtswege, de Burgemeester, en wel die van de gemeente, waar het hoofdstembureau gevestigd is; voor eiken kieskring is die gemeente genoemd in kolom | van meergemelde tabel A, zijnde in elf van de 18 kringen de hoofdplaats eener provincie.

De vier leden, en zoo ook de drie plaatsvervangende leden, (niet meer en niet minder) worden door de Koningin benoemd en ontslagen ; de benoeming geschiedt voor den tijd van 4 jaar.

3. Het centraal stembureau geldt voor het geheele Rijk, en is gevestigd te 's Gravenhage. ,

Het bestaat uit vijf leden, door de Koningin te benoemen voor den tijd van 4 jaar. Het is ook de Koningin, die uit die leden den Voorzitter en diens plaatsvervanger aanwijst, en voorts nog drie plaatsvervangende leden aan het bureau toevoegt ; ook het ontslag van deze allen wordt door de Koningin verleend.

De werkzaamheden van het centraal stembureau — waarover later — zijn geregeld bij Kon. Besluit van 12 December 1017 (Stbl. n°. 691). (Zie bijlage III, op bladz. 54 e. v.).

Daaruit blijkt, dat aan het bureau een secretaris en een adjunct-secretaris — eveneens door de Koningin te benoemen en te ontslaan — worden toegevoegd; dat zij eene bezoldiging genieten, en hunne vaste woonplaats te 's Gravenhage moeten

Sluiten