Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maand Mei. (De verkiezing, te houden krachtens de artt. VI en XI der additionnele artikelen van de Grondwet, moet plaats hebben vóór 12 Decertfber 1918, doch middelerwijl is gebleken, dat daarvoor aangewezen is (zal worden), 21 Mei 1918 (dus ook de voorlaatste Dinsdag van Mei, hoewel hiervan afgeweken had kunnen worden). De dag van stemming, welke binnen 45 dagen daarna plaats heeft, wordt vóór den dag van candidaatstelling, ingeval van ontbinding der Kamer, bij Kon. Besluit, bij gewone aftreding, door den Minister van Binnenlandsche Zaken, vastgesteld; (in 1918 zal de stemming, naar verluid wordt, gehouden worden op 3 Juli a.s., de uiterste termijn derhalve).

B. voor de Provinciale Staten: de laatste Dinsdag der maand Februari.

De dag van stemming, eveneens uiterlijk 45 dagen daarna te houden, wordt vóór den dag der verkiezing door Gedeputeerde Staten der provincie vastgesteld.

De vele werkzaamheden, aan eene verkiezing en stemming verbonden, vallen dus voor een groot deel samen met het omvangrijke werk voor het opmaken der nieuwe kiezerslijst, die echter eerst na afloop der stemmingen (d. i. half April) van kracht wordt, n.1. 15 Mei.

C. voor den Gemeenteraad : de tweede Dinsdag der maand April. Voor den dag van stemming, welke ook binnen 45 dagen — eventueel — zal plaats hebben, wordt niettemin, en wel door Burgemeester en Wethouders, een datum vastgesteld, wijl dit vóór de candidaatstelling moet geschieden, en het niet vooTuit bekend kan zijn, hoe de afloop daarvan is.

De keuze van den dag der candidaatstelling komt ons voor, niet gelukkig te zijn, omdat er geene rekening gehouden is met het feit, dat de nieuwe kiezerslijst elk jaar op 15 Mei van kracht wordt. De candidaatstelling toch is op z'n vroegst op 8 April, en de stemming kan derhalve nog op 22 Mei bepaald worden, 't Is dus mogelijk, dat kiezers, die de candidaatstelling onderteekenden, van het recht van stemmen verstoken zijn (wijl hun naam wel op de oude — de op 8 April van kracht zijnde — kiezerslijst voorkwam, maar niet meer op de nieuwe— de op 15 Mei van kracht geworden — kiezerslijst voorkomt) ; en ook, dat er tal van kiezers voor het eerst op de (nieuwe) kiezerslijst gebracht zijn, en dus aan de candidaatstelling niet hebben kunnen medewerken (omdat ze op 8 April nog geen kiezer waren).

Aan deze bedenking ware in de practijk tegemoet te komen, door voor de stemming geen gebruik te maken van den uitersten termijn (van 45 dagen), maar haar een paar weken vroeger — in elk geval vóór 15 Mei — te doen houden.

Sluiten