Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een of meer secretarie-ambtenaren voor het naslaan der kiezerslijsten, om zich te vergewissen, dat de onderteekenaars der lijsten ook werkelijk kiezer zijn binnen den kieskring. (Zie voor bijstand aan het Rijks centraal stembureau: art. n, ie en 3e lid K. B. van 12 Dec. 1917, Stbl. n°. 691.)

Vermelding nummers kiezerslijst.

Het werk wordt vergemakkelijkt door vermelding der woonplaats achter de handteekening, zooals is voorgeschreven ; doch, als gewoonlijk, zal de onleesbaarheid van vele handteekeningen den arbeid zeer vertragen, zoo niet ondoenlijk maken. Daaraan ware tegemoet te komen door vermelding bij elke handteekening, vóór de inlevering, van het nummer, waaronder de naam op de kiezerslijst der betrokken gemeente voorkomt ; ook nu reeds heeft dit veelal plaats.

Openbare zitting.

Uiterlijk op den I4en dag na dien van candidaatstelling houdt het hoofdstembureau eene openbare zitting ter beslissing over de geldigheid der lijsten en over de handhaving der candidaten.

Met vermelding der onderwerpen, roept de Voorzitter de leden voor die vergadering op en aan hem is 't ook, om dag en uur te bepalen, die beide (alsmede de plaats) worden aangekondigd — bij advertentie dus — in een der nieuwsbladen van de gemeente, of bij gebreke daarvan, van eene naburige gemeente.

Omtrent de plaats, waar die openbare zitting wordt gehouden, nog een enkele opmerking, althans wat betreft gemeenteraadsverkiezingen in gemeenten van meer dan 20.000 zielen.

Bij het inleveren der lijsten hebben de Voorzitters van de drie kieskringen zitting ter „secretarie der gemeente" (art. 3 K. B.), doch de zittingen, (n.1. de openbare), van ieder der hoofdstembureaux worden gehouden „in de stemlokalen, door „den gemeenteraad aan te wijzen" (art. 33, laatste lid).

Lettend op art. 62, dat voorschrijft, dat „in elk stemdistrict een geschikt stemlokaal wordt aangewezen", komen wij bij analogie tot de meening, dat het voor het hoofdstembureau aan te wijzen vergaderlokaal moet gelegen zijn binnen den kieskring, waarvoor het hoofdbureau optreedt, en dus, dat de openbare zitting niet van alle 3 hoofdstembureaux ten Raadhuize kan worden gehouden ; de aanhef van alinea 5, en het slot van alinea 7 van art. 33, in verband met alinea 1 van art. 59, versterken ons in die meening.

Sluiten