Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stemd hebbenden kiezer, ingevolge art. 75 der kieswet, terwijl het andere dienstbaar gemaakt zou kunnen worden om te voldoen aan het voorschrift van art. 90, d.w.z. om binnen 2 dagen aan den Burgemeester te kunnen opgeven welke kiezers met aan de stemming hebben deelgenomen 5 (zie bladz. 27 en 28).

Stembus. , ' , . . , ~1

Omtrent de stembus nog een enkele opmerking. Art. 11, alinea 4 zegt, dat zij „wordt vervaardigd hetzij ter grootte geschikt tot het bevatten van duizend stembiljetten, zijnde de geheele hoogte".... (en dan volgt: „0.412 Meter ). Deze alinea is woordelijk gelijk aan het vroegere voorschrift (K. ü. van 26 Febr. 1897 St. no. 69) en dus is er geen rekening mede gehouden, dat de stembiljetten voortaan 4 a 5 maal grooter kunnen zijn dan vroeger, en dat het aantal kiezers, hetwelk ter stembus komt, aan elk bureau 90% en meer zal zijn, waar het vroeger dikwijls nauwelijks 60% was.

Een bus „voor 1000 biljetten" — als type aangegeven —was vroeger dus veel te groot, óf de thans genoemde afmetingen zijn veel te klein; ik ben het laatste van meening. En nu luidt het slot dier 4e alinea wel: „hetzij in gelijke evenredigheid op eene mindere of meerdere grootte" (de gespatieerde woorden zijn in het nieuwe K. B. mgelascht), - doch zulks verandert niets aan den aanhef, dat „een stembus voor 1000 biljetten eene hoogte van 0.412 Meter" (en de verder genoemde afmetingen) zou moeten hebben. Aan een stembus voor méér dan lorjo biljetten kan moeielijk gedacht worden in verband met art. 31, al. 3 der kieswet. .

De gemeentebesturen zullen evenwel wijselijk handelen, indien ze niet al te angstvallig vasthouden aan de opgegeven maten, want er is meer. Art. 10 b.v. zegt o a., dat de breedte der sleuf in het deksel moet zijn : „0.008 Meter" (vooral geen heele centimeter, blikslager ! dat zou 2 millimeter te veel zijn !),,de practijk echter zou leeren, als men ziell daar werkeli k aan hield/dat het in de bus werpen van de biljetten al heel slecht zou vlotten, en veel vertraging in het werk zou geven. ) Stembiljetten. , .

Zij moeten zijn van ondoorschijnend, wit papier een rechthoekigen vorm hebben en ingericht zijn zooals bij Kon. Besluit is aangegeven (zie het model bijl. X, op bladz. 66).

Cr de zorg van den Burgemeester die Voorzitter is van het hoofdstembureau, ontvangt de Burgemeester van elke tot den kieskring behoorende gemeente tijdig een ^rzejeld pak stembiljetten, ten getale van 20%.meer dan het getal kiezers in die gemeente bedraagt, elk biljet aan de achterzijde

^SSSZSt^^^^^^^^grooter genomcn worJen"

Sluiten