Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het belang van de orde, waarvoor de Voorzitter moet waken, is ook bepaald, dat de kiezers (bevoegd om in het stemlokaal te vertoeven wanneer de orde daardoor niet wordt verstoord en de voortgang der stemming niet wordt belemmerd) in het stemlokaal niet mogen komen gewapend, tenzij zij behooren tot de gewapende macht of een wapen bij zich hebben, dat tot hunne ambtskleeding behoort of bij de kleeding, die zij met vergunning van het openbaar gezag dragen.

Van de 3 (overige) leden van het stembureau zijn er twee belast met het aanteekenen van het getal kiezers, dat aan de stemming deelneemt, terwijl bij den naam van eiken kiezer, aan wien een stembiljet is afgegeven, op het afschrift of den afdruk van de kiezerslijst vóór het volgnummer een paraphe gesteld wordt door een der leden, wat niet bepaaldelijk aan het oudste lid is opgedragen. Wordt daarna het stembiljet niet in de bus gestoken maar teruggegeven, dan zij men er vooral op bedacht, dat de paraphe worde doorgehaald en de ingeleverde kaart afzonderlijk worde gehouden of vernietigd.

Het ware meer overeenkomstig de bewoordingen der wet, indien de paraphe gesteld werd, eerst nadat de kiezer aan de stemming heeft deelgenomen, m.a.w. nadat het biljet in de bus is gestoken, doch het komt ons meer wenschelijk voor (omdat het door de practijk geëisoht wordt) die aanteekening reeds bij de afgifte van het stembiljet te doen. Vooral in groote gemeenten, waar de kiezers aan de leden van het bureau niet persoonlijk bekend zijn, zou bij eene drukke stemming allicht verwarring ontstaan ; in ieder geval zou den kiezer, die gereed staat een biljet in de bus te doen, opnieuw naar zijn naam gevraagd moeten worden. '

Aan het derde der 3 (overige) leden zijn bij de wet geene bepaalde werkzaamheden, vóór 5 uur te verrichten, opgedragen. Het komt ons voor, dat in verband met de wijziging van art. 57 (verandering van „3" in ,,4" leden) ook het ie lid van art. 61 had behooren veranderd te worden (,,2" te veranderen in „3"). Nu toch is die ie alinea niet in overeenstemming met de artt. 57 en 85 der kieswet, en het heeft geen zin, voor te schrijven, dat een stembureau uit 4 leden moet bestaan en tevens, dat er steeds slechts 3 leden aanwezig behoeven te zijn. Er is geen grond, om het 4e lid als „reserve"-lid te beschouwen, zeer zeker niet met het oog op de beschikbare plaatsvervangende leden en op alinea 4 van art. 61 en de slotzinsnede van art. 85. Daarenboven, het 3e der (overige) leden kan een uitnemende taak verrichten, door in een tweede exemplaar der kiezerslijst eveneens aanteekening te houden van de gestemd hebbende kiezers, teneinde

Sluiten