Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daten wier stemmen-aantal beneden den kiesdeeler is gebleven, en wel in de „volgorde, waarin zij op de lijst voorkomen".

Dit wil niet zeggen, dat het overschot der stemmen b.v. van den gekozen candidaat D. overgaat op candidaat E, ook al is, met name B, beneden den kiesdeeler gebleven ; de toewijzing is aldus, dat de gezamenlijke overschotten ten goede komen c.q. aan al de beneden den kiesdeeler gebleven candidaten, te beginnen van boven af.

Eén voorbeeld uit vele.

Op eene lijst, waaraan 4 zetels zijn toegekend, komen voor :

A. met 800 stemmen ; E. met 900 stemmen

B. „ 700 „ F. „ 1200

C. „ 150 „ G. . „ 850

D. ,, 1400 ,,

De kiesdeeler is 1000 stemmen. Gekozen zijn alleen maar

D. en F., dus er zijn nog 2 zetels toe te wijzen. Het overschot van D. (400) komt nu niet ten goede aan E., en dat van F. niet aan G., doch de gezamenlijke overschotten, zijnde 400 + 200 = 600 stemmen, allereerst aan A. Deze verkrijgt dus 1400 stemmen ; met 1000 stemmen echter is hij al gekozen, weshalve het overschot van 400 verder overgaat op B., die alzoo 1100 stemmen heeft en dus ook een zetel krijgt ; zijn rest van 100 stemmen, die op C. overgaan, blijven zonder gevolg, ook, omdat al de beschikbare zetels (4) nu zijn toegewezen.

Gekozen zijn dus, behalve D. en F., ook A. en B. ; en niet

E. en G., ofschoon deze aanvankelijk méér stemmen verwierven dan A. en B. Deze laatsten hebben hunne benoeming te danken aan de volgorde, waarin zij door hunne kiesvereeniging op de lijst zijn geplaatst.

Voorbeeld Gemeenteraadsverkiezing.

Een enkel woord nog over de toewijzing van zetels in gemeenten met meer dan 20.000 zielen, (en die dus in 3 kieskringen zijn verdeeld) is, om misvatting te voorkomen, met overbodig te achten.

Ofschoon in zulke gemeenten de candidaatstelling, en ook de stemming, in elk der 3 kieskringen op zichzelf staat, en over \ der te vervullen zetels loopt, houde men niettemin in het oog, dat bij de toewijzing der partijzetels het aantal stemmen in de gezamenlijke kieskringen, door een bepaalde partij verkregen, tot maatstaf genomen wordt, en de verdeeling dier zetels over de 3 kieskringen plaats heeft in verhouding tot de door die partij in eiken kieskring uitgebrachte stemmen.

Opnieuw moge een voorbeeld tot opheldering dienen.

In eene gemeente (b.v. van 60.000 tot 70.000 zielen) moeten 33 raadsleden gekozen worden.

Sluiten